De formule
Hoe je de natriuminname berekent
Zout en natrium zijn niet hetzelfde, en op voedingsetiketten komen beide voor. Zout is natriumchloride; natrium is qua gewicht ongeveer 39 procent daarvan, wat verklaart waarom de twee cijfers ongeveer een factor 2,5 uit elkaar liggen: natrium (mg) = zout (g) × 393,4.
Vul de hoeveelheid zout in die je per dag eet, in gram. De rekenmachine zet dat om naar milligram natrium, laat zien welk aandeel dat is van de daglimiet van 6 g zout, en berekent hoeveel je daarboven zit.
Waarom de natriuminname belangrijk is
De Britse richtlijn stelt een maximum van 6 g zout per dag voor volwassenen, gelijk aan ongeveer 2.360 mg natrium. De Wereldgezondheidsorganisatie beveelt minder dan 5 g zout aan, oftewel 2.000 mg natrium.
De gemiddelde Britse inname ligt rond 8,4 g per dag, zo'n 40 procent boven de limiet. Het grootste deel — ongeveer driekwart — komt uit bewerkte voeding en niet uit het zoutvaatje, waardoor etiketten lezen meer oplevert dan anders koken.
Rekenvoorbeeld
Bij een inname van 8,4 g zout per dag is dat 8,4 × 393,4 ≈ 3.304,56 mg natrium. Dat is 8,4 ÷ 6 × 100 = 140,00 procent van de daglimiet van 6 g zout, oftewel 8,4 − 6 = 2,40 g boven die limiet.
De uitkomst interpreteren
Vergelijk nooit een natriumcijfer op het ene etiket met een zoutcijfer op het andere zonder om te rekenen. Een claim van "laag natriumgehalte" kan nog altijd samengaan met een aanzienlijke hoeveelheid zout, dus reken eerst beide naar dezelfde eenheid om.
Ongeveer 5 g zout, oftewel een afgestreken theelepel. De omrekening is natrium in gram maal 2,5.
Nee. Het natriumgehalte is nagenoeg identiek, en de sporenmineralen in zeezout komen voor in hoeveelheden die voedingskundig te klein zijn om iets uit te maken.