MATH

Wiskunde rekenmachines

Reken percentages, meetkunde, afstanden en gemiddelden uit — van kwadratische vergelijkingen tot de inhoud van een cilinder.

Gecontroleerd door het Berekening.be rekenteam
Bijgewerkt september 2026

Dit gedeelte verzamelt de rekentools die de meeste mensen op school leerden en daarna vooral online opzoeken zodra ze ze weer nodig hebben: percentages, meetkunde, afstanden en een paar statistische basisbegrippen. Onder Percentage vind je alle varianten van percentagerekenen — een percentage van een getal, het percentage tussen twee getallen, toename en afname — onder Meetkunde de oppervlakte- en omtrekformules voor driehoeken, cirkels en cilinders, en onder Afstand tools voor snelheid, reistijd en de afstand tussen coördinaten.

Waarom percentages vaker verwarring geven dan de rest

Van alle wiskunde op deze pagina's leidt percentagerekenen het vaakst tot fouten, en dat komt door één simpel maar hardnekkig verschil: een percentage van een getal is niet hetzelfde als een percentage tussen twee getallen. "20% van 80" is een vermenigvuldiging (80 × 0,20 = 16); "hoeveel procent is 20 van 80" is een deling (20 ÷ 80 × 100 = 25%). Beide klinken bijna identiek in een zin, maar leveren totaal andere getallen op — vandaar dat deze sectie ze allebei als aparte rekenmachine aanbiedt in plaats van één generieke "percentagecalculator" die de gebruiker zelf moet uitzoeken.

Meetkunde: dezelfde formules, andere invoer

De meetkunde-rekenmachines lossen allemaal een variant op van hetzelfde probleem — oppervlakte, omtrek of inhoud — maar verschillen in wat je al weet. Ken je twee zijden van een rechthoekige driehoek, dan geeft de hypotenusa-rekenmachine de derde via de stelling van Pythagoras; ken je basis en hoogte, dan volstaat de oppervlakteformule zonder wortel te trekken. Die keuze — welke rekenmachine past bij wat je al hebt — is vaak het echte struikelblok, niet de formule zelf.

Gemiddelde, mediaan en gewogen gemiddelde: niet inwisselbaar

Het gemiddelde, de mediaan en het gewogen gemiddelde beantwoorden elk een andere vraag over dezelfde reeks getallen. Het gemiddelde is gevoelig voor uitschieters, de mediaan niet, en het gewogen gemiddelde telt sommige waarden zwaarder mee dan andere — een examencijfer dat voor 40% meetelt trekt harder aan het eindresultaat dan een cijfer dat maar 10% weegt. Welke van de drie het juiste antwoord geeft, hangt af van de vraag die je eigenlijk stelt, niet van welke het makkelijkst te berekenen is.

Was deze rekenmachine nuttig?

Tik op een ster om te beoordelen. Uw feedback helpt ons de tools te verbeteren waar mensen het meest op vertrouwen.