De formule
Hoe je de maandelijkse hypotheeklast berekent
Dit is de aflossing van kapitaal en rente op een klassieke hypotheek — het bedrag dat een kredietverstrekker vooraf noemt, nog voor onroerende voorheffing, brandverzekering of een schuldsaldoverzekering erbij komen. Een langere looptijd verlaagt deze aflossing, maar verhoogt de totale rente die je uiteindelijk betaalt.
Waarom de looptijd zwaarder weegt dan de rentevoet
De looptijd verandert de maandlast vaak sterker dan een volle rentepunt. Diezelfde lening van € 300.000 tegen 3,5% herleiden van 15 naar 30 jaar verlaagt de aflossing van ongeveer € 2.145 naar ongeveer € 1.347 — een daling van ruim 37% — terwijl de totale rente over de volledige looptijd bijna verdubbelt (ongeveer € 86.026 tegenover € 184.967).
Rekenvoorbeeld
Bij € 300.000 geleend tegen 3,5% over 30 jaar bedraagt de maandelijkse aflossing ongeveer € 1.347. Reken je diezelfde lening over 15 jaar in plaats van 30, dan stijgt de aflossing naar ongeveer € 2.145 per maand, maar bespaar je in totaal ongeveer € 98.941 aan rente.
De uitkomst interpreteren
Toets het resultaat aan je bruto maandinkomen: veel kredietverstrekkers hanteren als vuistregel dat de volledige woonlast — kapitaal, rente, onroerende voorheffing en verzekeringen samen — niet veel meer dan een derde van het netto-inkomen mag bedragen. Dit cijfer dekt alleen kapitaal en rente, doorgaans zo'n 70 à 85% van die volledige woonlast eens verzekeringen en belastingen erbij komen.
Dit cijfer is enkel kapitaal en rente. De premie voor een schuldsaldoverzekering, een brandverzekering en de onroerende voorheffing komen daar in de praktijk nog bovenop, en samen kunnen die maandelijks al snel enkele honderden euro extra kosten.
Op een lening van € 300.000 over 30 jaar tegen 3,5% bespaart een daling naar 2,5% rente ongeveer € 58.237 aan totale rente. Overschakelen naar 15 jaar bij dezelfde 3,5% bespaart ongeveer € 98.941, maar verhoogt de maandlast met zo'n € 797 — het levert meer op, als die hogere aflossing betaalbaar blijft.