De formule
Hoe je de aflossingsdatum berekent
Deze berekening keert de gewone aflossingsformule om: in plaats van uit te gaan van een vaste looptijd om de aflossing te vinden, gaat ze uit van een vaste aflossing om te bepalen hoeveel maanden nodig zijn om het saldo tot nul te brengen. Dat gebeurt tweemaal — met en zonder je extra aflossing — zodat het verschil zichtbaar wordt.
Omdat elke euro extra volledig naar kapitaal gaat, is het effect op de einddatum meestal veel groter dan de omvang van het extra bedrag zelf doet vermoeden.
Waarom de aflossingsdatum belangrijk is
Een concrete einddatum maakt de impact van extra aflossen tastbaar: niet zomaar een abstract rentepercentage, maar een aantal jaren en euro's die je effectief overslaat. Dat maakt het makkelijker om te beslissen of extra aflossen de moeite loont ten opzichte van bijvoorbeeld sparen of beleggen.
Het effect is het grootst vroeg in de looptijd, wanneer het saldo — en dus de rente die erop loopt — het hoogst is.
Rekenvoorbeeld
Bij een saldo van € 180.000 tegen 4,5% en een aflossing van € 1.100 per maand duurt het zonder extra aflossing nog ongeveer 21,2 jaar. Met een extra aflossing van € 200 per maand daalt dat naar ongeveer 16,3 jaar — bijna 5 jaar korter — en bespaar je in totaal ruim € 25.000 aan rente.
Vergelijk de rentevoet van je hypotheek met het rendement dat je na belasting zou behalen. Extra aflossen is een gegarandeerd, belastingvrij rendement gelijk aan de rentevoet; beleggen kan dat overtreffen, maar zonder zekerheid. Los eerst duurdere consumentenkredieten af, voor je een van beide keuzes maakt.
Het verkorten van de looptijd bespaart veel meer rente, omdat het saldo sneller daalt. Het verlagen van de maandlast geeft meer ademruimte nu. Vraag dit expliciet na bij je kredietverstrekker, want niet elke bank kiest daar automatisch voor de looptijd.