De formule
Hoe je het brutohuurrendement berekent
Het brutohuurrendement zet de huurinkomsten af tegen de waarde van het pand, uitgedrukt als percentage. Het zegt niets over de werkelijke winst, want geen enkele kost van het bezit en de verhuur van het pand wordt van de huur afgetrokken.
Waarom het nettorendement lager uitvalt
Bij € 24.000 jaarlijkse huur op een pand van € 300.000 komt het brutorendement uit op 8%. Trek je de gebruikelijke lopende kosten af — onderhoud, verzekering, verhuurderslasten en leegstand tussen twee huurders — dan ligt het nettorendement doorgaans 1,5 tot 3 procentpunt onder dat brutocijfer.
Rekenvoorbeeld
Bij € 24.000 jaarlijkse huurinkomsten en een pand ter waarde van € 300.000 bedraagt het brutorendement (24.000 ÷ 300.000) × 100 = 8%.
De uitkomst interpreteren
Als ruwe leidraad geldt een brutorendement boven 7 à 8% doorgaans als sterk voor een woning, 5 à 6% als een gangbaar middencijfer, en alles onder 4% leunt meestal vooral op verwachte waardestijging in plaats van huurinkomsten. In Belgische steden schommelen brutorendementen op woningen doorgaans tussen 3 en 6%, met hogere cijfers in kleinere steden en lagere in centrumlocaties van Brussel of Gent.
Er is geen universeel cijfer, maar een brutorendement van 5 à 6% is gangbaar voor doorsnee woningen, 7% en meer is typisch in goedkopere regio's of kleinere eenheden, en onder 4% komt vaak voor in dure steden waar het rendement vooral op waardestijging leunt in plaats van op huurinkomsten.
Makelaars noemen soms het nettorendement na kosten in plaats van het bruto, of gebruiken de oorspronkelijke aankoopprijs in plaats van de huidige waarde. Check welk huurbedrag en welke waarde in een genoemd cijfer verwerkt zitten voor je het vergelijkt met deze berekening.