De formule
Hoe je de gemiddelde arteriële druk berekent
De gemiddelde arteriële druk (MAP) volgt uit de systolische en diastolische bloeddruk: MAP = (systolische druk + 2 × diastolische druk) ÷ 3. De diastolische waarde telt dubbel mee, omdat het hart bij een normale hartslag ongeveer twee derde van elke cyclus in de diastole doorbrengt — de fase van ontspanning tussen twee slagen in. Bij een zeer hoge hartslag verschuift die verhouding en wordt de benadering iets minder nauwkeurig.
Vul de bovendruk (systolisch) en onderdruk (diastolisch) in zoals ze op een bloeddrukmeter verschijnen, in mmHg. De rekenmachine geeft daarnaast de polsdruk — het verschil tussen de twee waarden — en laat zien hoeveel marge er is boven de grens van 60 mmHg die in de acute zorg wordt gebruikt.
Waarom de gemiddelde arteriële druk belangrijk is
De MAP is de gemiddelde druk die het bloed gedurende een volledige hartcyclus door de bloedsomloop drijft. Voor de doorbloeding van organen is dat cijfer relevanter dan de systolische of diastolische waarde afzonderlijk, en daarom wordt het bewaakt op de intensive care en bij anesthesie.
Een enkele bloeddrukmeting bij de huisarts vertelt vooral iets over dat moment. In de kliniek gaat het vaak juist om de MAP over tijd, omdat die aangeeft of hart, hersenen en nieren voldoende doorbloed blijven, ook wanneer de systolische druk op zichzelf nog normaal oogt.
Rekenvoorbeeld
Bij een systolische druk van 120 mmHg en een diastolische druk van 80 mmHg is de MAP (120 + 2 × 80) ÷ 3 = 280 ÷ 3 ≈ 93,33 mmHg. De polsdruk is 120 − 80 = 40,00 mmHg, en de marge boven de kritieke grens van 60 mmHg is 93,33 − 60 = 33,33 mmHg.
De uitkomst interpreteren
Een MAP tussen 70 en 100 mmHg wordt voor de meeste volwassenen als normaal beschouwd. Onder ongeveer 60 mmHg kan de doorbloeding van hersenen en nieren onvoldoende worden, en die drempel wordt gebruikt in protocollen voor sepsis en shock. Op de intensive care wordt vaak gestreefd naar een MAP boven 65 mmHg om de orgaandoorbloeding te waarborgen.
Eén meting zegt weinig: bloeddruk verandert met tijdstip, houding, cafeïne en stress, en de manchet moet de juiste maat hebben om een betrouwbaar getal te geven. Deze berekening is algemene informatie en geen medisch advies — bespreek zorgen over je bloeddruk met een arts.
Voor de meeste volwassenen tussen 70 en 100 mmHg. Op de intensive care wordt meestal gestreefd naar een waarde boven 65 mmHg, om de doorbloeding van de organen op peil te houden.
Omdat het hart bij een rustige hartslag ongeveer twee keer zo lang in de diastole verkeert als in de systole. De diastolische druk werkt daardoor langer door en telt in de formule dubbel mee.