De formule
Hoe je pensioeninkomen berekent
Deze berekening draait de logica van een FIRE-getal om: in plaats van uit te gaan van uitgaven om een doelbedrag te vinden, vertrek je van een portefeuille om een inkomen te vinden. Vermenigvuldig het bedrag dat je belegd hebt met je opnamepercentage en je krijgt het jaarlijkse bedrag dat de portefeuille duurzaam kan leveren.
Tel daar het gegarandeerde inkomen bij op — wettelijk pensioen, een aanvullend pensioen, een lijfrente — en je hebt het totale jaarinkomen waarmee je pensioen moet rondkomen. Deel door twaalf voor het maandbedrag.
Waarom pensioeninkomen belangrijk is
Een portefeuille van € 600.000 zegt op zichzelf weinig; een inkomen van € 35.500 per jaar zegt meteen of je levensstijl haalbaar is. Door het bedrag om te zetten in een inkomen maak je de vergelijking met je werkelijke uitgaven concreet.
Het opnamepercentage is de hele discussie in één getal. Hoger dan 4% verhoogt het inkomen nu, maar verhoogt ook het risico dat de portefeuille een lange pensioenperiode niet overleeft; lager dan 4% is voorzichtiger maar levert minder op.
Rekenvoorbeeld
Bij een portefeuille van € 600.000 en een opnamepercentage van 4% levert de portefeuille € 24.000 per jaar op. Tel daar het gegarandeerde pensioeninkomen van € 11.500 bij op en het totale jaarinkomen komt op € 35.500, oftewel € 2.958 per maand.
De uitkomst interpreteren
Vergelijk het resultaat met je werkelijke uitgaven, niet met een vuistregel. Twee huishoudens met dezelfde portefeuille kunnen zich heel verschillend voelen, afhankelijk van bijvoorbeeld of de hypotheek al is afbetaald.
Hou rekening met belasting. Pensioenopnames uit sommige constructies zijn belastbaar inkomen; opnames uit andere zijn dat niet of nauwelijks. Twee even grote portefeuilles kunnen daardoor een merkbaar ander netto-inkomen opleveren, afhankelijk van hoe het vermogen is opgebouwd.
Ongeveer € 20.000 per jaar bij een opnamepercentage van 4%, of € 17.500 bij 3,5%, vóór belasting en zonder wettelijk pensioen. Tel het wettelijk pensioen erbij en een doorsnee huishouden komt uit rond € 30.000.
Volgens de standaardregel wel — het eerste jaar neem je 4% van het saldo op en elk volgend jaar stijgt dat bedrag mee met de prijzen. Dat is ook waarom je het percentage niet zomaar opnieuw op een gegroeid saldo mag toepassen.