De formule
Hoe je portefeuillegroei berekent
Deze berekening projecteert een portefeuille vooruit vanaf wat je nu bezit plus wat je iedere maand toevoegt. De verdeling tussen inleg en groei is het deel dat het bekijken waard is: het laat zien wanneer de markt meer werk gaat verzetten dan jijzelf.
Het rendement wordt maandelijks toegepast, en de aanname is dat de inleg aan het einde van elke maand binnenkomt. Echte portefeuilles doen geen van beide precies zo, maar over een horizon van twintig jaar veranderen die aannames de uitkomst minder dan de onzekerheid in de rendementsinschatting zelf.
Waarom portefeuillegroei belangrijk is
Zoek het omslagpunt op — het jaar waarin de opgebouwde groei de totale inleg voorbijstreeft. Bij 7% met deze cijfers ligt dat rond jaar vijftien, en het is de duidelijkste illustratie van waarom het laatste decennium van beleggen meer oplevert dan het eerste.
Rekenvoorbeeld
Bij een startbedrag van € 50.000, een maandelijkse inleg van € 750, een jaarlijks rendement van 7% en een horizon van 20 jaar groeit de factor (1 + 0,07 ÷ 12)^240 naar ongeveer 4,0387. De portefeuillewaarde komt daarmee uit op ongeveer € 592.632. In totaal is 50.000 + 750 × 240 = € 230.000 ingelegd, dus de groei daarbovenop is ongeveer € 362.632.
De uitkomst interpreteren en de beperkingen
Eén vast gemiddeld rendement suggereert een kaarsrechte lijn, terwijl geen enkele portefeuille die in werkelijkheid aflevert. Volgordevolatiliteit blijft hier onzichtbaar: dezelfde gemiddelde opbrengst met een paar slechte jaren vroeg in de rit levert, zeker zodra je gaat opnemen, een ander eindresultaat op dan diezelfde slechte jaren aan het einde.
Reken voor een realistisch beeld ook in reële termen, dus na inflatie. €592.630 over 20 jaar klinkt indrukwekkend, maar koopt bij 2,5% inflatie ongeveer wat €362.000 vandaag koopt — reken dus door voordat je conclusies trekt over wat het bedrag straks werkelijk waard is.
De uitkomst interpreteren
Eén enkel gemiddeld rendement impliceert een gladde lijn, die geen enkele portefeuille laat zien. Volgordegevoeligheid is hier niet zichtbaar: hetzelfde gemiddelde rendement met slechte jaren vroeg in de periode geeft een andere uitkomst zodra er wordt opgenomen.
Voor een breed gespreide aandelenportefeuille is 5% na inflatie, of ongeveer 7% ervoor, een verdedigbare aanname om mee te plannen. Een portefeuille met veel obligaties moet lager rekenen. Draai de projectie ook eens met twee procentpunt minder als extra controle.
Voor een wereldwijd gespreide aandelenportefeuille is 5% na inflatie, of ongeveer 7% ervoor, een verdedigbare planningsaanname. Portefeuilles met veel obligaties moeten van minder uitgaan. De projectie nog eens draaien met twee procentpunt minder is een nuttige controle.
Reëel, als je wilt dat de uitkomst ook echt iets zegt. Een nominaal bedrag van bijna zes ton over twintig jaar klinkt als een fortuin, maar koopt bij zo'n 2,5% inflatie per jaar wat een aanzienlijk lager bedrag vandaag koopt.
Reëel, als je wilt dat de uitkomst ook echt iets betekent. Een nominaal bedrag van € 1.200.000 over twintig jaar klinkt indrukwekkend; bij 2,5% inflatie koopt dat ongeveer wat € 730.000 vandaag koopt.