De formule
Hoe je dagelijkse interest berekent
Dagelijkse interest is wat een saldo elke dag opbrengt, of kost, zolang het aangehouden wordt: je herleidt de jaarlijkse rentevoet tot een dagrente en past die toe over het opgegeven aantal dagen. Het is de rekenkunde achter spaarrekeningen, kredietkaarten en kortlopende leningen waarbij het saldo dagelijks verandert.
Deze berekening gebruikt de actual/365-conventie: de jaarrente gedeeld door 365, wat de standaard is bij de meeste Belgische en Nederlandse spaar- en betaalrekeningen. Sommige geldmarkt- en syndicaatsleningen gebruiken in plaats daarvan een jaar van 360 dagen, wat de effectieve dagrente met zowat 1,4% optrekt.
Waarom dit cijfer belangrijk is
Het resultaat loopt recht evenredig met het aantal dagen: een periode verdubbelen verdubbelt de rente, zonder kapitalisatie binnen deze berekening. Voor een ruwe maandwaarde vermenigvuldig je de dagrente met 30; voor een saldo dat over veel periodes blijft aangroeien, gebruik je beter een calculator voor samengestelde interest.
Rekenvoorbeeld
Bij een hoofdsom van € 1.000, een jaarlijkse rentevoet van 5% en 30 dagen: één dag rente is 1000 × 0,05 ÷ 365 ≈ € 0,14. Over 30 dagen komt dat op ongeveer € 4,11.
De uitkomst interpreteren
Kredietkaarten en sommige spaarproducten kapitaliseren dagelijks in plaats van enkelvoudige rente vlak over de hele periode toe te passen, waardoor het werkelijke cijfer op een lang aangehouden saldo net iets hoger uitvalt dan hier. Deze calculator geeft de enkelvoudige, niet-kapitaliserende versie.
De meeste spaar- en betaalrekeningen voor particulieren gebruiken een jaar van 365 dagen (366 in een schrikkeljaar), maar syndicaatsleningen, commercial paper en sommige kaartuitgevers gebruiken een jaar van 360 dagen, wat de effectieve dagrente met zowat 1,39% verhoogt.
De rekenkunde is dezelfde, rentevoet ÷ 365 × dagen, maar het saldo van een kredietkaart of roodstand verandert dagelijks door uitgaven en terugbetalingen. In de praktijk wordt de rente berekend op het dagsaldo en opgeteld over de hele afrekenperiode, in plaats van één vast saldo voor de hele periode te gebruiken.