De formule
Hoe je de current ratio berekent
De current ratio bereken je door de vlottende activa te delen door de kortlopende schulden. Beide cijfers haal je rechtstreeks van de balans: vlottende activa zijn kas, vorderingen, voorraad en al het andere dat binnen een jaar in geld om te zetten is; kortlopende schulden zijn wat binnen hetzelfde jaar vervalt, zoals schulden aan leveranciers, kortlopende leningen en overlopende posten.
De ratio telt voorraad gewoon mee als vlottend actief, waardoor hij er gezond kan uitzien bij een bedrijf waarvan de voorraad maar traag verkoopt. Wil je dat effect eruit halen, dan gebruik je de quick ratio, die de voorraad wel buiten beschouwing laat.
Waarom de current ratio belangrijk is
De current ratio is de eerste liquiditeitstest die je op een jaarrekening loslaat: kan het bedrijf betalen wat de komende twaalf maanden vervalt, met wat het in diezelfde periode in geld kan omzetten? Het is meestal het eerste cijfer waar een bank of leverancier naar kijkt voordat er verder krediet verleend wordt.
Tussen 1,5 en 3 geldt algemeen als de comfortzone. Onder 1 hangt het bedrijf af van nieuwe verkopen of nieuw krediet om zijn verplichtingen na te komen. Boven 3 wijst meestal op stilliggend kasgeld of een te grote voorraad, eerder dan op uitzonderlijke kracht.
Rekenvoorbeeld
Een bedrijf heeft € 480.000 aan vlottende activa en € 320.000 aan kortlopende schulden. De current ratio is dan 480.000 ÷ 320.000 = 1,5: er staat anderhalve euro aan vlottende activa tegenover elke euro aan kortlopende schulden. Het werkkapitaal — vlottende activa min kortlopende schulden — komt daarmee uit op € 160.000.
De uitkomst interpreteren
Vergelijk de current ratio niet zomaar tussen sectoren. Een supermarkt draait vaak structureel onder 1, omdat de kassa meteen cash oplevert terwijl leveranciers pas weken later betaald worden; een productiebedrijf met dezelfde ratio zou in de problemen zitten.
Een current ratio rond 2 wordt vaak als gezond gezien: twee keer zoveel vlottende activa als kortlopende schulden. Belangrijker dan het absolute cijfer is de trend, en hoe die zich verhoudt tot directe concurrenten.
Rond 2 is het schoolboekantwoord voor de meeste sectoren, wat betekent dat de vlottende activa dubbel zo hoog zijn als de kortlopende schulden. Belangrijker is de trend, en hoe die zich verhoudt tot directe concurrenten.
Ja. Kasgeld dat stilligt levert weinig op, en voorraad die niet verkoopt houdt kapitaal vast en brengt risico op veroudering met zich mee. Een stijgende ratio bij dalende verkopen is een waarschuwing, geen sterkte.