De formule
Hoe je bedrijfsmarge berekent
Trek van de omzet eerst de kostprijs van de verkochte goederen af, en daarna de bedrijfskosten — lonen, huur, marketing, administratie, alles behalve rente en belastingen. Wat overblijft is de bedrijfswinst; deel die door de omzet en vermenigvuldig met honderd voor de bedrijfsmarge als percentage.
De bedrijfsmarge staat tussen de brutomarge, die alleen de directe kosten meetelt, en de nettomarge, die alles meetelt. Door de brutomarge er meteen naast te tonen, zie je meteen of een zwakke bedrijfsmarge komt door de prijsstelling of door de overheadkosten.
Waarom bedrijfsmarge belangrijk is
De bedrijfsmarge meet de kern van de bedrijfsvoering zelf, los van hoe het bedrijf gefinancierd is of waar het belastingplichtig is. Twee bedrijven met identieke bedrijfswinst kunnen daardoor heel verschillende nettowinsten tonen, puur door verschillen in leningen of vestigingsland — de bedrijfsmarge filtert dat verschil eruit.
Tien tot vijftien procent is redelijk voor de meeste handelsbedrijven; software en farma zitten veel hoger, distributie en bouw veel lager. Belangrijker dan het niveau is de trend: een dalende bedrijfsmarge bij gelijkblijvende omzet wijst op kosten die sneller groeien dan de opbrengst.
Rekenvoorbeeld
Een bedrijf draait € 2.400.000 omzet, heeft € 1.450.000 kostprijs verkochte goederen en € 620.000 aan bedrijfskosten. De bedrijfswinst is € 2.400.000 − € 1.450.000 − € 620.000 = € 330.000.
De bedrijfsmarge is € 330.000 ÷ € 2.400.000 × 100 = 13,75 procent. Ter vergelijking: de brutomarge, zonder de bedrijfskosten mee te rekenen, ligt op 39,58 procent — het verschil van bijna 26 procentpunt gaat op aan de bedrijfskosten.
De uitkomst interpreteren
Een stijgende bedrijfsmarge is niet altijd goed nieuws. Als de omzet sneller daalt dan de kosten, of als laagmarge-werk bewust wordt losgelaten, stijgt het percentage terwijl het bedrijf in absolute termen kleiner en minder winstgevend wordt. Kijk daarom altijd naast het percentage ook naar de bedrijfswinst in euro's.
De brutomarge trekt alleen de directe kostprijs van de verkochte goederen af. De bedrijfsmarge trekt daar ook de bedrijfskosten van af — lonen, huur, marketing — en weerspiegelt zo de volledige bedrijfsvoering.
Omdat die afhangen van hoe het bedrijf gefinancierd is en waar het geregistreerd staat, niet van hoe goed het presteert. Door ze buiten te houden worden bedrijfsmarges vergelijkbaar tussen bedrijven met een verschillende kapitaalstructuur.