De formule
Wat 30% van een getal is
30% van een getal is drie tiende ervan. Het splitst zich netjes op door eerst 10% te bepalen (delen door 10) en dat vervolgens met 3 te vermenigvuldigen — een tweestapstruc die meestal sneller gaat dan rechtstreeks met 0,3 vermenigvuldigen.
De snelste rekenmethode
Bij 250 is 10% gelijk aan 25, dus 30% wordt 25 × 3 = 75. De rekenmachine berekent in plaats daarvan rechtstreeks 250 × 0,3, wat op diezelfde 75 uitkomt — de truc is enkel een hulpmiddel voor hoofdrekenen, geen andere formule.
Rekenvoorbeeld
Met de standaardwaarden — 30% en het getal 100: 30% van 100 is 100 × 0,3 = 30. Bij 250 wordt het 10% van 250 (25) keer 3, dus 75.
De uitkomst interpreteren
Een handige controle: 30% moet altijd tussen een kwart (25%) en een derde (ongeveer 33,3%) van het getal in liggen. Valt de uitkomst buiten die marge, dan is het ingevoerde getal of percentage vermoedelijk fout.
Sommige kortingen worden na elkaar toegepast, bijvoorbeeld nog eens 30% extra op een reeds verlaagde prijs. Tweemaal 30% toepassen is niet hetzelfde als 60% korting op het origineel — bij een bedrag van 100 euro laat één verlaging van 30% 70 euro over, en een tweede verlaging van 30% daarop laat 49 euro over, samen 51% korting, geen 60%.
30% van 250 is 75 — 10% van 250 is 25, en 25 × 3 = 75.
Bepaal eerst 10% door te delen door 10, en verdrievoudig dat cijfer — voor de meeste ronde getallen is dat de snelste weg naar 30%.