Wettelijk pensioen in 2025 en 2026: het minimumpensioen, en een volledig nieuwe pensioenbonus
Foto van Mariela Ferbo · Unsplash
Het gewaarborgd minimumpensioen werd begin 2026 opnieuw geïndexeerd, en de eenmalige pensioenbonus van de voorbije jaren maakte plaats voor een volledig ander systeem. Hier zijn de actuele bedragen, en hoe de nieuwe bonus precies werkt.
Het gewaarborgd minimumpensioen steeg op 1 maart 2026 naar € 1.844,93 per maand voor een alleenstaande, en de pensioenbonus die sinds 1 januari 2025 gold als eenmalig bedrag, verdween diezelfde maand januari 2026 om plaats te maken voor een volledig ander systeem. Wie langer doorwerkt dan zijn wettelijke pensioenleeftijd, krijgt voortaan geen vast bedrag meer, maar een percentage bovenop zijn maandelijkse pensioen. Hier zijn beide wijzigingen, rechtstreeks gebaseerd op de cijfers van de RSVZ en de regels van de Federale Pensioendienst.
De wettelijke pensioenleeftijd blijft ongewijzigd
Los van de twee wijzigingen hieronder blijft het tijdspad voor de wettelijke pensioenleeftijd zelf ongewijzigd. Sinds 1 februari 2025 is die leeftijd 66 jaar, en vanaf 1 februari 2030 stijgt ze verder naar 67 jaar. Welke leeftijd voor jou geldt, hangt af van je geboortedatum, niet van het jaar waarin je zelf zou willen stoppen:
| Geboren | Wettelijke pensioenleeftijd |
|---|---|
| Vóór 1 januari 1960 | 65 jaar |
| Tussen 1 januari 1960 en 31 december 1963 | 66 jaar |
| Vanaf 1 januari 1964 | 67 jaar |
Deze tijdlijn staat beschreven op de portaalsite van de Belgische sociale zekerheid, en de twee wijzigingen die in dit artikel centraal staan — het minimumpensioen en de pensioenbonus — veranderen niets aan deze leeftijdsgrenzen zelf.
Het minimumpensioen: van 1 februari 2025 naar 1 maart 2026
Wie een lange loopbaan achter de rug heeft maar toch een laag berekend pensioen zou krijgen, kan aanspraak maken op het gewaarborgd minimumpensioen. Voor een volledige loopbaan van 45 jaar bedroeg dat, sinds de indexering van 1 februari 2025, € 1.808,77 per maand voor een alleenstaande, € 2.260,26 voor een gezin, en € 1.784,60 voor een overlevingspensioen. Sinds 1 maart 2026 liggen die bedragen opnieuw hoger, na een indexering die de spilindex optrok van 179,58 naar 183,17:
| Situatie | 1 februari 2025 | 1 maart 2026 | Verschil per maand |
|---|---|---|---|
| Alleenstaande | € 1.808,77 | € 1.844,93 | € 36,16 |
| Gezin | € 2.260,26 | € 2.305,44 | € 45,18 |
| Overlevingspensioen | € 1.784,60 | € 1.820,27 | € 35,67 |
Deze bedragen gelden voor een volledige loopbaan van 45 jaar; bij een onvolledige loopbaan wordt het minimumpensioen proportioneel verminderd naar het aantal volwaardige loopbaanjaren. De cijfers volgen automatisch de spilindex en worden bijgehouden in de officiële cijfertabel van de RSVZ.
Wie recht heeft op het minimumpensioen
Het minimumpensioen wordt niet automatisch toegekend aan iedereen met een laag berekend pensioen. De basisvoorwaarde is een loopbaan van minstens 30 jaar, ofwel twee derde van een volledige loopbaan van 45 jaar. Voor pensioenen die voor het eerst ingaan vanaf 1 januari 2025, komt daar een bijkomende voorwaarde van effectieve beroepsactiviteit bovenop — een verstrenging tegenover de regels die voor eerdere pensioenen golden. Er gelden wel uitzonderingen: wie geboren is vóór 1 januari 1963, of wie op 1 januari 2025 al minstens 56 jaar was én toen al 30 loopbaanjaren had, valt buiten die bijkomende voorwaarde en volgt de oudere, soepelere regels. Voor meewerkende echtgenoten geldt daarnaast een aparte, versoepelde loopbaanvoorwaarde. Deze regels staan beschreven op de FAQ-pagina van de RSVZ over het recht op een minimumpensioen.
De oude pensioenbonus verdwijnt op 1 januari 2026
Sinds 1 januari 2025 bestond er een pensioenbonus voor wie langer doorwerkte dan zijn vroegst mogelijke pensioendatum: een eenmalig, netto uitgekeerd bedrag dat opliep met het aantal extra gewerkte jaren, tot € 22.650 voor wie drie jaar langer doorwerkte. Die regeling werd vanaf 1 januari 2026 afgeschaft. Wie op dat moment al bonusrechten had opgebouwd onder de oude regeling, behoudt die in principe, maar voor wie zijn extra loopbaanjaren pas na die datum presteert, gelden voortaan uitsluitend de regels van het nieuwe systeem hieronder.
De nieuwe pensioenbonus: een percentage, geen vast bedrag
De nieuwe pensioenbonus werkt fundamenteel anders dan zijn voorganger. In plaats van een eenmalig uitgekeerd bedrag, verhoogt ze je maandelijkse brutopensioen blijvend, met een percentage per jaar dat je na je wettelijke pensioenleeftijd doorwerkt. Dat percentage hangt af van je geboortejaar:
| Geboortejaar | Bonus per extra loopbaanjaar |
|---|---|
| 1962 of vroeger | 2% |
| 1963 tot en met 1972 | 4% |
| 1973 of later | 5% |
Werk je een gedeelte van een jaar langer door, dan wordt de bonus proportioneel berekend — 10 maanden extra levert bijvoorbeeld 10/12de van het jaarlijkse percentage op. Deze regeling is beschreven op de website van de Federale Pensioendienst over de pensioenbonus vanaf 2026.
De voorwaarden om de bonus op te bouwen
Niet iedereen die doorwerkt na zijn pensioenleeftijd, bouwt automatisch deze bonus op. Je moet aan drie voorwaarden tegelijk voldoen: een loopbaan van minstens 35 jaar met telkens minstens 156 gewerkte of gelijkgestelde dagen per jaar, een totaal van minstens 7.020 gewerkte dagen over je hele loopbaan, en je mag op het moment dat je de bonus aanvraagt nog geen enkel Belgisch pensioen hebben opgenomen. Je kan de bonus al vanaf 1 januari 2026 beginnen opbouwen als je op dat moment al aan deze voorwaarden voldoet en pas in 2027 of later met pensioen gaat; de regeling is formeel van toepassing vanaf 1 januari 2027.
Een rekenvoorbeeld
Stel, je bent geboren in 1975 — dat plaatst je in de categorie 'geboren in 1973 of later', goed voor 5% bonus per extra loopbaanjaar. Werk je twee jaar langer door dan je wettelijke pensioenleeftijd, dan loopt je bonus op tot 10% bovenop je maandelijkse brutopensioen. Paste je dat toe op een pensioen ter hoogte van het minimumpensioen voor een alleenstaande na 1 maart 2026, € 1.844,93 per maand, dan zou dat neerkomen op een extra € 184,49 per maand, boven op het bedrag dat je toch al zou ontvangen. Dit is een illustratief rekenvoorbeeld op basis van het minimumpensioen — je eigen bonus wordt berekend op je werkelijke, individuele pensioenbedrag, dat voor de meeste mensen hoger ligt dan het minimum. Ben je bovendien geboren tussen 1963 en 1972, dan geldt voor jou het tussenliggende percentage van 4% per extra loopbaanjaar; twee jaar doorwerken levert dan 8% extra pensioen op in plaats van 10%. Het loont dus de moeite om je eigen geboortejaar op te zoeken in de tabel hierboven voor je een inschatting maakt van wat doorwerken je concreet oplevert.
Bronnen
- Bron: Je rustpensioen — Belgische sociale zekerheid
- Bron: Cijfers, bedragen en grenzen — RSVZ
- Bron: Pensioenbonus vanaf 2026 — Federale Pensioendienst
Dit is algemene informatie, geen persoonlijk pensioenadvies. Je exacte pensioenbedrag, en of je in aanmerking komt voor de nieuwe bonus, hangen af van je volledige loopbaan en persoonlijke situatie. Raadpleeg voor een berekening op maat mypension.be of de Federale Pensioendienst rechtstreeks.