Flexi-jobs in België in 2026: het flexiloon, de RSZ-bijdrage en de fiscale vrijstelling
Foto van Lothar Boris Piltz · Unsplash
Een flexi-job levert je een nettoloon op zonder de gewone inhoudingen, tot een jaarlijkse grens. Sinds 2026 is dat systeem bovendien opengetrokken naar zowat elke sector. Hier is hoe het precies werkt.
Met een flexi-job hou je je volledige loon netto over tot € 18.440 per jaar (inkomstenjaar 2026): geen bedrijfsvoorheffing, geen persoonlijke RSZ-bijdrage. In de plaats daarvan betaalt je werkgever een bijzondere bijdrage van 28% aan de RSZ. Sinds 1 juli 2026 is dat systeem bovendien opengetrokken van een beperkte lijst sectoren naar zowat de hele private en publieke arbeidsmarkt. Hier is wat dat concreet betekent voor je loon, je belastingen en de sector waarin je werkt.
Wat een flexi-job precies is
Een flexi-job is een extra job naast een hoofdbetrekking van minstens 4/5 bij een andere werkgever (of naast je pensioen), waarbij je loon niet op de gewone manier wordt belast. Het systeem bestaat sinds de wet van 16 november 2015 en werd oorspronkelijk enkel in de horeca toegelaten, legt de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid uit op zijn pagina over de flexi-jobarbeidsovereenkomst. Je sluit een aparte flexi-jobovereenkomst met je werkgever, bovenop je bestaande job of pensioen — de flexi-job zelf telt niet mee voor de 4/5-voorwaarde van je hoofdjob.
Wat de werkgever betaalt: 28% in plaats van gewone bijdragen
Op een gewoon loon betaalt een werkgever sociale zekerheidsbijdragen volgens de normale, hogere tarieven. Voor een flexi-job geldt een uitzonderingsregime: de werkgever betaalt geen gewone patronale bijdragen, maar één bijzondere werkgeversbijdrage van 28% op het volledige flexiloon, inclusief het flexi-vakantiegeld. Dat bevestigen de officiële administratieve instructies van de sociale zekerheid. Deze bijdrage moet binnen dezelfde termijnen en volgens dezelfde regels als de gewone sociale bijdragen worden afgedragen. Voor de werknemer zelf worden op het flexiloon géén persoonlijke RSZ-bijdragen ingehouden: het brutoloon en het nettoloon van een flexi-job zijn in principe gelijk.
Het flexiloon en het flexi-vakantiegeld in de horeca
Het minimumloon voor een flexi-job (het "flexiloon") wordt per sector vastgelegd en periodiek geïndexeerd. In de horeca, de sector met de langste flexi-jobtraditie, gold tot en met augustus 2026 een minimum flexiloon van € 11,19 per uur, met daarbovenop € 0,86 flexi-vakantiegeld per uur — samen € 12,05. Sinds 1 september 2026 liggen die bedragen hoger door de jaarlijkse indexering:
| Periode | Flexiloon per uur | Flexi-vakantiegeld per uur | Totaal per uur |
|---|---|---|---|
| Tot en met 31 augustus 2026 | € 11,19 | € 0,86 | € 12,05 |
| Vanaf 1 september 2026 | € 12,11 | € 0,93 | € 13,04 |
Buiten de horeca bestaat er geen vast bedrag: het minimum flexiloon moet er minstens gelijk zijn aan het omgerekende uurloon van de geldende baremieke verloning of het minimumloon (GGMMI) in de betrokken sector. Sinds 1 juli 2026 geldt in de horeca bovendien een apart maximumbedrag van € 21 per uur (of € 22,61 inclusief flexi-vakantiegeld), in plaats van de vroegere grens van 150% van het gewone baremaloon die in andere sectoren nog steeds van toepassing is.
De fiscale vrijstelling: tot € 18.440 onbelast
Voor de werknemer is het belangrijkste voordeel fiscaal: flexiloon en flexi-vakantiegeld zijn vrijgesteld van bedrijfsvoorheffing en tellen niet mee voor je gewone belastingschijven, zolang je onder een jaarlijkse grens blijft. Voor inkomstenjaar 2026 ligt die geïndexeerde grens op € 18.440, opgeteld over al je flexi-jobs bij alle werkgevers samen. Verdien je in een jaar meer dan dat bedrag met flexi-jobs, dan wordt het gedeelte boven de grens wél belast als gewoon beroepsinkomen, aan de normale progressieve tarieven. Voor gepensioneerden geldt deze grens niet: zij kunnen onbeperkt bijverdienen met een flexi-job zonder dat dit loon wordt belast. Bouw je via een flexi-job wél sociale rechten op (bijvoorbeeld voor je pensioen), ondanks de vrijstelling van bijdragen? Nee — net omdat er geen persoonlijke RSZ-bijdrage wordt ingehouden, bouwt een flexi-job zelf geen bijkomende pensioen- of andere sociale rechten op; dat loopt via je hoofdjob of je pensioen.
Sinds juli 2026: bijna elke sector, tenzij een opt-out
Tot 30 juni 2026 mocht je enkel flexi-jobs aanbieden in een beperkte, expliciet opgesomde lijst sectoren (horeca, kleinhandel, kapperszaken, bakkerijen, land- en tuinbouw voor bepaalde taken, en enkele andere). Sinds 1 juli 2026 is die logica omgedraaid: elke privé- of overheidswerkgever mag in principe flexi-jobbers inzetten, tenzij het bevoegde paritair comité of bestuursniveau expliciet koos voor een uitzondering ("opt-out"), bekrachtigd bij koninklijk besluit. Dat bevestigt zowel de FOD Werkgelegenheid als de sociale zekerheid in hun respectieve overzichten van de hervorming. Sectoren die op deze manier (deels) uitgesloten bleven, zijn onder meer:
- Land- en tuinbouw (paritair comité 144), en tuinbouw (paritair comité 145) — behalve park- en tuinaanleg en -onderhoud.
- Zeevisserij (paritair comité 143) — behalve dokwerkers en magazijnpersoneel in bepaalde werkgeverscategorieën.
- De uitvaartsector (paritair comité 320) — behalve occasionele arbeid.
- Artistieke, artistiek-technische en artistiek-ondersteunende functies, in elke sector, blijven volledig uitgesloten.
Voor 2026 als overgangsjaar konden sectoren hun opt-in of opt-out per kwartaal aanpassen; vanaf 2027 kan dat nog maar jaarlijks. Werk je in een sector die je niet kent van vóór juli 2026, controleer dan via je uitzendkantoor, werkgever of de RSZ-instructies of jouw sector effectief meedoet, want de precieze lijst met uitzonderingen kan nog wijzigen tot ten laatste 31 augustus 2026.
Rekenvoorbeeld: 10 uur flexi-job in de horeca
Neem een voltijds werknemer die in september 2026 tien uur bijklust als kelner via een flexi-job, aan het minimum flexiloon:
| Onderdeel | Berekening | Bedrag |
|---|---|---|
| Flexiloon | 10 uur × € 12,11 | € 121,10 |
| Flexi-vakantiegeld | 10 uur × € 0,93 | € 9,30 |
| Totaal netto voor de werknemer | Geen inhoudingen | € 130,40 |
| Bijzondere werkgeversbijdrage (28%) | 28% × € 130,40 | € 36,51 |
| Totale kost voor de werkgever | € 130,40 + € 36,51 | € 166,91 |
De werknemer houdt dus het volledige bedrag van € 130,40 netto over, zolang zijn totale flexi-inkomen dat jaar onder de € 18.440 blijft. De werkgever betaalt daarbovenop € 36,51 aan de RSZ — merkelijk minder dan de gewone patronale bijdragen op een even hoog regulier loon.
Wat te controleren voor je eigen situatie
- Check bij je uitbetalingsinstelling of werkgever of je hoofdjob wel degelijk minstens 4/5 bedraagt in het referentiekwartaal — zonder die voorwaarde kom je niet in aanmerking voor een flexi-job.
- Werk je in een sector die pas sinds 1 juli 2026 flexi-jobs toelaat, vraag dan uitdrukkelijk na of jouw specifieke paritair comité geen opt-out heeft aangevraagd.
- Hou zelf bij hoeveel je in totaal met flexi-jobs verdient bij al je werkgevers samen: de grens van € 18.440 geldt gecumuleerd, niet per werkgever.
- De minimum- en maximumbedragen hierboven gelden voor de horeca; in andere sectoren gelden andere, vaak sectorspecifieke bedragen die je best navraagt bij je werkgever of vakbond.
Bronnen
- Bron: Flexi-jobarbeidsovereenkomst — FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg
- Bron: Administratieve instructies RSZ — De socialezekerheidsbijdragen op flexi-jobs
- Bron: Flexi-Jobs: wat is een flexi-job? — Sociale Zekerheid
Dit is algemene informatie, geen fiscaal of sociaalrechtelijk advies. De flexi-jobregeling werd in 2026 ingrijpend hervormd, met overgangsregels en sectorale uitzonderingen die nog kunnen wijzigen. Raadpleeg voor je eigen situatie je werkgever, vakbond of de RSZ rechtstreeks.