Het Groeipakket (kinderbijslag) in Vlaanderen in 2026
Foto van Alvin Mahmudov · Unsplash
Sinds de regionalisering van 2019 heeft Vlaanderen zijn eigen kinderbijslagsysteem: het Groeipakket. Hier zijn de bedragen voor 2026, en wat er precies veranderde tegenover de oude federale kinderbijslag.
Het Vlaamse Groeipakket keert in 2026 een basisbedrag van € 190,66 per maand uit voor elk kind geboren vanaf 2019, ongeacht of het je eerste, tweede of vijfde kind is. Dat is de kern van het systeem dat sinds de regionalisering van de kinderbijslag in 2019 in Vlaanderen geldt — een systeem dat fundamenteel anders in elkaar zit dan de oude federale kinderbijslag, en dat losstaat van wat Wallonië en Brussel voor hun eigen inwoners uitkeren.
Een Vlaams systeem, geen Belgisch systeem
Sinds de zesde staatshervorming is kinderbijslag geen federale bevoegdheid meer. Vlaanderen nam de uitbetaling over vanaf 1 januari 2019 onder de naam Groeipakket, uitgevoerd door erkende uitbetalers en gecoördineerd door het Vlaams Agentschap Opgroeien. Wallonië volgde met een eigen fonds, Famiwal, en Brussel met Iriscare, dat de kinderbijslag voor Brusselse gezinnen sinds 1 januari 2020 regelt. Het Duitstalige landsgedeelte heeft eveneens een eigen stelsel. Deze vier systemen verschillen in bedragen en voorwaarden — wat in dit artikel staat, geldt uitsluitend voor het Vlaamse Groeipakket, niet voor gezinnen die in Wallonië of Brussel wonen.
Welke regio bevoegd is, hangt af van de officiële verblijfplaats van het kind, niet van waar de ouders werken. Een gezin dat in Vlaanderen woont maar in Brussel werkt, valt dus onder het Groeipakket; een gezin dat in Brussel woont maar in Vlaanderen werkt, valt onder Iriscare. In de praktijk wordt het Groeipakket niet rechtstreeks door de Vlaamse overheid uitbetaald, maar door een van de erkende uitbetalers waarbij elk gezin zich aansluit — de overheid legt de bedragen en de regels vast, de uitbetaler verzorgt de effectieve storting op je rekening.
Het basisbedrag in 2026
Voor elk kind geboren vanaf 1 januari 2019 geldt hetzelfde vaste basisbedrag, onafhankelijk van hoeveelste kind het is in het gezin — dat is meteen het grootste verschil met vroeger, waarover verderop meer. In 2026 bedraagt dat basisbedrag:
| Periode | Basisbedrag per maand |
|---|---|
| Tot de indexering van september 2026 | € 190,66 |
| Vanaf de uitbetaling van oktober 2026 (na indexering) | circa € 195,35 |
De bedragen van het Groeipakket worden jaarlijks in september geïndexeerd, met een wettelijk gegarandeerd minimum van 2%. Het tweede bedrag hierboven is een berekening op basis van de aangekondigde indexering van 2,46% en kan licht afwijken van het uiteindelijke cijfer dat de uitbetalers toepassen. Raadpleeg voor het definitieve bedrag de officiële bedragenpagina van de Vlaamse overheid.
Op jaarbasis, dus twaalf keer het basisbedrag van € 190,66, komt dat voor één kind neer op € 2.287,92 vóór de indexering van september doorwerkt in een volledig jaar. Voor een gezin met twee kinderen geboren na 2019 loopt dat op tot € 4.575,84 per jaar aan basisbedragen alleen al, nog zonder de schoolbonus of eventuele inkomensafhankelijke toeslagen hieronder mee te rekenen.
Het eenmalige startbedrag
Bij de geboorte of adoptie van een kind keert het Groeipakket eenmalig een startbedrag uit van € 1.310,75 — een vast bedrag, ongeacht het aantal kinderen dat je al hebt. Dit vervangt wat vroeger het "kraamgeld" heette in het federale systeem, met hetzelfde eenmalige karakter maar een ander bedrag en een andere naam.
De schoolbonus: automatisch en leeftijdsafhankelijk
Elk kind dat het Groeipakket ontvangt, krijgt daarnaast automatisch een jaarlijkse schoolbonus uitbetaald in augustus, zonder dat daarvoor een aparte aanvraag nodig is. Het bedrag hangt af van de leeftijd van het kind:
| Leeftijd | Schoolbonus per jaar |
|---|---|
| 0 tot 4 jaar | € 23,82 |
| 5 tot 11 jaar | € 41,70 |
| 12 tot 17 jaar | € 59,57 |
| 18 tot 24 jaar | € 71,48 |
Deze schoolbonus is niet hetzelfde als de schooltoeslag hieronder — ze wordt aan elk kind uitgekeerd, los van het inkomen van het gezin.
De schooltoeslag: inkomensafhankelijk
Naast de universele schoolbonus bestaat er een aparte, inkomensafhankelijke schooltoeslag voor gezinnen die aan de inkomensvoorwaarden voldoen — de opvolger van wat vroeger de "schooltoelage" heette. Het bedrag hangt af van het onderwijsniveau. Voor het schooljaar 2025-2026 lag het gemiddelde uitgekeerde bedrag op:
| Onderwijsniveau | Gemiddeld bedrag per schooljaar |
|---|---|
| Kleuteronderwijs | € 127 |
| Lager onderwijs | € 190 |
| Secundair onderwijs | € 871 |
Volgens de meest recente cijfers van Opgroeien hadden voor het schooljaar 2025-2026 voorlopig 499.339 kinderen recht op een schooltoeslag — een daling van 6,9% tegenover het jaar ervoor. In totaal bereikte het Groeipakket eind 2025 zo'n 1,6 miljoen kinderen in ongeveer 930.010 gezinnen, met een totaal uitgekeerd budget van circa € 4.700.000.000 over alle toeslagen samen.
De sociale toeslag: een derde, apart mechanisme
Naast de universele schoolbonus en de inkomensafhankelijke schooltoeslag bestaat er nog een derde component: de sociale toeslag, een maandelijks extra bedrag bovenop het basisbedrag voor gezinnen met een beperkt inkomen. In tegenstelling tot de oude kinderbijslag, waar een hoger bedrag vooral afhing van het aantal kinderen, is de sociale toeslag in het Groeipakket losgekoppeld van de gezinsgrootte en uitsluitend gekoppeld aan het gezinsinkomen. De toekenning verloopt in de praktijk grotendeels automatisch: je uitbetaler toetst het gezinsinkomen af aan de geldende drempels op basis van gegevens die de overheid al heeft, zodat de meeste gezinnen zelf geen aparte aanvraag moeten indienen.
Hoe dit verschilt van de oude federale kinderbijslag
Vóór de regionalisering hing het bedrag van de kinderbijslag sterk af van de rang van het kind binnen het gezin: het eerste kind kreeg een lager basisbedrag dan het tweede, dat op zijn beurt lager lag dan het derde en volgende kinderen, aangevuld met leeftijdstoeslagen op vaste leeftijden. Het Groeipakket brak radicaal met dat principe: elk kind geboren vanaf 2019 krijgt exact hetzelfde basisbedrag, ongeacht rang. In de plaats daarvan verschoof de nadruk naar gerichtere instrumenten — een inkomensafhankelijke sociale toeslag voor gezinnen die dat nodig hebben, en de schooltoeslag hierboven — in plaats van automatisch hogere bedragen voor elk volgend kind. Kinderen die vóór 1 januari 2019 geboren zijn, blijven overigens grotendeels onder de regels en de logica van het oude systeem vallen, met bedragen die op 31 december 2018 werden vastgeklikt en sindsdien apart geïndexeerd worden.
Bronnen
- Bron: Bedragen en betalen — Vlaams Groeipakket
- Bron: Vlaams Groeipakket — Opgroeien
- Bron: Van eerste fonds tot regionalisering: honderd jaar kinderbijslag — Iriscare
Dit is algemene informatie, geen juridisch of financieel advies. De regels en bedragen hierboven gelden specifiek voor het Vlaamse Groeipakket. Woon je in Wallonië, Brussel of het Duitstalige landsgedeelte, dan gelden andere bedragen en voorwaarden. Raadpleeg voor je eigen situatie je uitbetaler of de officiële Groeipakket-website.