Voordeel van alle aard bedrijfswagen in 2026: de berekening en de vergroening
Foto van Hyundai Motor Group · Unsplash
Cataloguswaarde, CO2-uitstoot en de leeftijd van de wagen bepalen samen het belastbare voordeel van je bedrijfswagen. Voor 2026 zijn niet alleen die referentiewaarden gewijzigd, maar ook de fiscale aftrekbaarheid voor de werkgever.
Het voordeel van alle aard (VAA) voor een bedrijfswagen bereken je in 2026 als cataloguswaarde × 6/7 × ouderdomspercentage × CO2-percentage, met een minimum van € 1.690 per jaar. Minstens even ingrijpend is wat er in 2026 verandert aan de andere kant van de rekening: de fiscale aftrekbaarheid voor de werkgever. Wie vanaf 1 januari 2026 een fossiele bedrijfswagen aankoopt of least, kan de kosten ervan niet langer fiscaal inbrengen. Hier zijn beide berekeningen, met de exacte cijfers voor 2026 rechtstreeks van de FOD Financiën.
De formule voor het voordeel van alle aard
Stelt je werkgever een bedrijfswagen ter beschikking die je ook privé mag gebruiken, dan ontstaat een belastbaar voordeel van alle aard. De FOD Financiën berekent dat forfaitair, ongeacht hoeveel je de wagen werkelijk privé gebruikt, als cataloguswaarde van de wagen × 6/7 × ouderdomspercentage × CO2-percentage. De cataloguswaarde is de nieuwwaarde inclusief opties en btw, ook als de wagen ondertussen ouder is of tweedehands werd aangekocht — niet de werkelijke aankoopprijs die de werkgever betaalde. Deze formule staat zo beschreven op de pagina Bedrijfswagens van de FOD Financiën.
Het voordeel is in principe verschuldigd zodra je de wagen ook voor woon-werkverkeer of zuiver privéverkeer mag gebruiken, ongeacht hoeveel kilometer je effectief privé rijdt. Betaal je zelf een bijdrage aan je werkgever voor dat privégebruik, dan mag je die eigen bijdrage aftrekken van het berekende voordeel — het kan het uiteindelijke bedrag flink verlagen, al kan het voordeel nooit onder nul zakken. Rijd je uitsluitend beroepsmatig en laat je de wagen 's avonds en in het weekend verplicht op de bedrijfsparking staan, dan is er strikt genomen geen voordeel van alle aard verschuldigd, al vraagt de fiscus daarvoor in de praktijk sluitend bewijs.
Het CO2-percentage en de referentiewaarden voor 2026
Het CO2-percentage vertrekt van een basis van 5,5% bij de referentie-CO2-uitstoot voor het brandstoftype van je wagen, en stijgt of daalt met 0,1 procentpunt per gram CO2/km boven of onder die referentie — met een ondergrens van 4% en een bovengrens van 18%. Voor elektrische wagens geldt sowieso het minimum van 4%, omdat er geen referentie-uitstoot op van toepassing is. De referentiewaarden zelf verschuiven jaarlijks:
| Inkomstenjaar | Diesel | Benzine, LPG of aardgas |
|---|---|---|
| 2025 (aanslagjaar 2026) | 59 g/km | 71 g/km |
| 2026 (aanslagjaar 2027) | 58 g/km | 70 g/km |
Een lagere referentiewaarde betekent dat eenzelfde wagen, met exact dezelfde CO2-uitstoot, in 2026 een fractie hoger CO2-percentage krijgt dan in 2025 — een van de redenen waarom het voordeel van jaar tot jaar licht stijgt, zelfs zonder dat er iets aan de wagen zelf verandert.
Het ouderdomspercentage: hoe ouder de wagen, hoe lager het voordeel
Naast de CO2-component daalt het voordeel ook naarmate de wagen ouder wordt, via het ouderdomspercentage. Dat percentage start op 100% in het eerste jaar na de eerste inschrijving en daalt daarna elk jaar met 6 procentpunt, tot een bodem van 70%:
| Leeftijd van de wagen | Ouderdomspercentage |
|---|---|
| 0 tot 12 maanden | 100% |
| 13 tot 24 maanden | 94% |
| 25 tot 36 maanden | 88% |
| 37 tot 48 maanden | 82% |
| 49 tot 60 maanden | 76% |
| 61 maanden en meer | 70% |
Het minimumvoordeel voor 2026
Hoe zuinig of hoe oud de wagen ook is, het voordeel van alle aard kan nooit lager uitvallen dan een wettelijk minimum. Dat minimum wordt jaarlijks geïndexeerd en stijgt van € 1.650 voor inkomstenjaar 2025 naar € 1.690 voor inkomstenjaar 2026. Voor een goedkope, zuinige of elektrische wagen is het vaak net dit minimum, en niet de formule zelf, dat je uiteindelijke belastbare voordeel bepaalt. Het minimum bestaat om te vermijden dat een erg zuinige of sterk afgeschreven wagen fiscaal bijna gratis zou worden, en het schuift elk jaar mee met dezelfde indexering die ook de belastingschijven van de personenbelasting beïnvloedt.
Twee rekenvoorbeelden: een dieselwagen en een elektrische wagen
Neem een dieselwagen met een cataloguswaarde van € 35.000, een CO2-uitstoot van 105 g/km en een leeftijd van twee jaar (ouderdomspercentage 94%). Het CO2-percentage komt dan op 5,5 + (105 − 58) × 0,1 = 10,2%:
| Stap | Berekening | Bedrag |
|---|---|---|
| 6/7 van de cataloguswaarde | € 35.000 × 6/7 | € 30.000 |
| Na ouderdomspercentage | × 94% | € 28.200 |
| Voordeel van alle aard | × 10,2% | € 2.876,40 |
Voor een nieuwe elektrische wagen met een cataloguswaarde van € 40.000 geldt het minimum CO2-percentage van 4%, ongeacht de exacte CO2-uitstoot: 6/7 van € 40.000 is € 34.285,71, en daarvan is 4% € 1.371,43. Omdat dat bedrag onder het wettelijke minimum ligt, geldt niet € 1.371,43 als belastbaar voordeel, maar het minimum van € 1.690 — een verschil dat vooral zuinige en elektrische wagens raakt. Ter vergelijking: was de dieselwagen uit het eerste voorbeeld geen twee maar vijf jaar oud (ouderdomspercentage 76% in plaats van 94%), dan zakt het voordeel van € 2.876,40 naar € 2.325,60 — exact dezelfde cataloguswaarde en CO2-uitstoot, maar een ander bedrag puur door de leeftijd van de wagen.
De fiscale vergroening: wat de werkgever nog mag aftrekken
Los van het voordeel voor de werknemer verandert in 2026 ook wat de werkgever fiscaal mag inbrengen. De wet van 25 november 2021 op de fiscale en sociale vergroening van de mobiliteit bouwt de aftrekbaarheid van fossiele bedrijfswagens stapsgewijs af, met een tijdlijn die afhangt van de aankoopdatum, en met als uiteindelijk doel een bedrijfswagenpark dat tegen 2030 volledig emissievrij is. Deze regels staan toegelicht in de circulaire van de FOD Financiën over de fiscale vergroening van de mobiliteit:
| Fossiele wagen aangekocht | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 |
|---|---|---|---|---|
| Vóór 1 juli 2023 | Oude CO2-formule blijft gelden, globaal tussen 50% en 100% | |||
| 1 juli 2023 – 31 december 2025 | max. 75% | 50% | 25% | 0% |
| Vanaf 1 januari 2026 | — | 0% | 0% | 0% |
Concreet betekent dit dat een fossiele bedrijfswagen die een werkgever in 2026 nieuw aankoopt, van bij de start volledig uit de kostenaftrek valt — niet geleidelijk, zoals nog het geval was voor wagens aangekocht in 2023, 2024 of 2025. Deze precieze percentages worden zo bevestigd door Attentia, op basis van dezelfde wettekst.
Voor emissievrije wagens (elektrisch of waterstof) geldt het omgekeerde traject: wie vóór 2027 aankoopt of least, behoudt 100% aftrekbaarheid voor de volledige levensduur van de wagen. Wie vanaf 2027 aankoopt, krijgt een geleidelijk dalend percentage: 95% in 2027, 90% in 2028, 82,5% in 2029, 75% in 2030 en 67,5% vanaf 2031.
Wat te checken voor je eigen bedrijfswagen
- Het voordeel van alle aard voor de werknemer en de aftrekbaarheid voor de werkgever zijn twee losse berekeningen — de ene verandert niets aan de andere.
- Gebruik altijd de referentie-CO2-uitstoot van het juiste inkomstenjaar; die van 2025 is niet meer geldig voor een berekening over 2026.
- Voor een plug-inhybride telt niet automatisch de eigen CO2-uitstoot: voldoet de wagen aan de voorwaarden van een "valse hybride", dan wordt gerekend met de uitstoot van een vergelijkbare niet-hybride wagen, of met het dubbele van de eigen uitstoot als die niet bestaat.
- De aankoopdatum van de wagen door de werkgever, niet de datum waarop jij ze krijgt toegewezen, bepaalt welk aftrekbaarheidsregime van toepassing is.
- Betaal je zelf een eigen bijdrage voor het privégebruik van de wagen, hou dan de bewijsstukken daarvan bij — die bijdrage brengt het belastbare voordeel rechtstreeks omlaag.
Bronnen
- Bron: Bedrijfswagens — FOD Financiën
- Bron: Circulaire over de fiscale vergroening van de mobiliteit — FOD Financiën
- Bron: Fiscale aftrekbaarheid bedrijfswagens vanaf 2026 — Attentia
Dit is algemene informatie, geen fiscaal advies. De exacte berekening hangt af van de specifieke kenmerken van je wagen en je persoonlijke situatie. Raadpleeg voor je eigen dossier de FOD Financiën, het sociaal secretariaat van je werkgever, of een erkend boekhouder.