Een zandloper met roze zand naast een stapel euromunten, symbool voor sparen doorheen de tijd
Belasting

Pensioensparen in 2025 en 2026: de twee plafonds, en de belasting die volgt op je 60e

Foto van Ricardo Diaz · Unsplash

Pensioensparen levert elk jaar een belastingvermindering op, maar dat is niet het hele fiscale verhaal. Wie voor zijn 55e begon te sparen, krijgt op zijn 60e verjaardag ook een eenmalige afrekening — hier is hoe beide op elkaar inwerken.

Pensioensparen levert een belastingvermindering op van 30% of 25%, afhankelijk van hoeveel je stort — maar wie voor zijn 55e verjaardag begon te sparen, krijgt op zijn 60e ook een eenmalige afrekening van 8% op het opgebouwde bedrag. Dat tweede element blijft in de meeste uitleg over pensioensparen onderbelicht, terwijl het net zo veel invloed heeft op wat je uiteindelijk overhoudt als de jaarlijkse belastingvermindering zelf. Hier zijn beide mechanismen, en hoe ze op elkaar inwerken, rechtstreeks gebaseerd op de officiële regels.

De twee plafonds, en waarom 2025 en 2026 hetzelfde bedrag tonen

Wie in 2025 of 2026 in de krant of bij zijn bank iets leest over "de plafonds voor pensioensparen", ziet in beide gevallen dezelfde twee bedragen: € 1.050 en € 1.350. Dat is geen vergissing. Wat je in kalenderjaar 2025 stort, geeft recht op belastingvermindering in aanslagjaar 2026 — de Belgische fiscus telt het jaar van de storting als "inkomstenjaar" en het jaar waarin je erover aangifte doet als "aanslagjaar", telkens één jaar later. Een storting in 2025 doet dus precies wat mensen "de plafonds van 2026" noemen, en beide vormen in de praktijk één en dezelfde fiscale gebeurtenis.

Plafond per stortingBelastingverminderingMaximaal voordeel
€ 1.05030%€ 315
€ 1.35025% over het volledige bedrag€ 337,50

Je kiest één van beide voor je volledige spaarjaar, niet een mix. Zodra je meer dan € 1.050 stort, geldt het tarief van 25% op de hele storting, niet enkel op het stuk daarboven — waardoor een storting net boven € 1.050 tijdelijk minder oplevert dan wanneer je gewoon bij dat lagere plafond was gebleven, tot je opnieuw boven € 1.260 uitkomt. Deze bedragen staan op de pagina van de FOD Financiën over pensioensparen, en blijven volgens diezelfde bron ongewijzigd tot en met aanslagjaar 2030, als onderdeel van een bredere bevriezing van de indexering van fiscale voordelen.

Wie recht heeft op de vermindering

De belastingvermindering geldt voor wie bij het afsluiten van het contract minstens 18 en jonger dan 65 jaar is, fiscaal inwoner is van België of een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, en een pensioenspaarproduct met een looptijd van minstens 10 jaar aanhoudt. Dat geldt zowel voor een pensioenspaarrekening bij een bank als voor een pensioenspaarverzekering bij een verzekeraar — beide tellen mee voor hetzelfde plafond, en tegelijk in allebei sparen boven het gekozen plafond levert geen extra belastingvermindering op.

De eindbelasting op je 60e: de anticipatieve heffing

Wat in de meeste overzichten van de plafonds ontbreekt, is wat er met dat opgebouwde kapitaal fiscaal gebeurt naarmate je ouder wordt. Begon je met pensioensparen vóór je 55e verjaardag, dan houdt je bank of verzekeraar op je 60e verjaardag een eenmalige anticipatieve heffing van 8% in op het op dat moment opgebouwde bedrag — ongeacht of je al met pensioen gaat. Dat is een volledig ander mechanisme dan de jaarlijkse belastingvermindering: de ene beloont het sparen zelf, de andere belast wat dat sparen heeft opgeleverd.

Stel dat je opgebouwde reserve op je 60e verjaardag € 18.000 bedraagt, dan bedraagt de anticipatieve heffing 8% daarvan, ofwel € 1.440, in één keer ingehouden. Begon je pas op of na je 55e verjaardag met een nieuw contract, dan verschuift het moment van die heffing: ze valt dan niet op je 60e, maar op de tiende verjaardag van het contract. Deze regel, ongewijzigd sinds 1 januari 2015, staat beschreven op de pagina van Wikifin, het financiële-educatieplatform van de FSMA, over de belasting op pensioensparen.

Wat er verandert zodra de heffing achter de rug is

Na die eenmalige heffing is het op dat moment opgebouwde kapitaal fiscaal afgehandeld. Blijf je na je 60e verder premies betalen of storten, dan geniet je daar nog steeds jaarlijks de belastingvermindering van 30% of 25% op, maar op de effectieve uitkering bij je pensionering volgt geen nieuwe personenbelasting meer — noch op het kapitaal dat al belast werd via de anticipatieve heffing, noch op wat je erna nog bijstortte. Dat maakt doorsparen na 60 fiscaal aantrekkelijker dan het op het eerste gezicht lijkt: je betaalt de eindbelasting maar één keer, terwijl de jaarlijkse belastingvermindering gewoon doorloopt zolang je binnen het plafond blijft en aan een lopend contract van minstens 10 jaar voldoet.

Pensioensparen tegenover langetermijnsparen

Pensioensparen wordt vaak verward met een verwant maar apart product: langetermijnsparen, een levensverzekeringsformule met haar eigen plafond en een eigen belastingvermindering van 30%. Het belangrijkste verschil voor dit artikel zit in de eindbelasting: op langetermijnsparen bedraagt de anticipatieve heffing 10%, tegenover 8% bij pensioensparen. Beide producten mogen naast elkaar bestaan en tellen niet mee voor elkaars plafond, maar wie beide aanhoudt, betaalt op elk apart de eigen eindbelasting op het moment dat daarvoor voorzien is.

Waarom de plafonds de komende jaren niet meer stijgen

Normaal worden fiscale plafonds zoals deze jaarlijks geïndexeerd volgens de prijsevolutie. Voor aanslagjaar 2026 gebeurde dat nog een laatste keer, maar de wet van 18 december 2025 bevriest de indexering van een reeks fiscale uitgaven, waaronder pensioensparen, voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2030. De bedragen van € 1.050 en € 1.350 blijven dus de komende jaren ongewijzigd, terwijl de prijzen intussen wel verder stijgen — het maximale fiscaal voordelige spaarbedrag groeit voorlopig niet mee met de inflatie.

Wat als je niet genoeg belasting betaalt om het voordeel te benutten

De belastingvermindering hierboven is een vermindering van de verschuldigde personenbelasting, geen storting op je rekening. Heb je in een bepaald jaar onvoldoende belastbaar inkomen — bijvoorbeeld door een periode van werkloosheid, een onderbroken loopbaan of een laag pensioen als je na je 65e nog stort — dan kan je de volledige vermindering van € 315 of € 337,50 niet altijd verzilveren. Een belastingvermindering is namelijk niet terugbetaalbaar: is er geen belasting om ze op toe te passen, dan gaat het niet-benutte deel gewoon verloren, in tegenstelling tot een belastingkrediet, dat wel wordt uitbetaald ook zonder voldoende belastingschuld. Voor wie een sterk wisselend inkomen heeft, loont het daarom om vooraf in te schatten of het volledige stortingsbedrag dat jaar ook effectief tot een lagere belastingfactuur zal leiden.

Bronnen

Dit is algemene informatie, geen fiscaal of beleggingsadvies. De exacte eindbelasting hangt af van het type contract, de startdatum en je persoonlijke situatie. Raadpleeg voor een berekening op maat je bank, verzekeraar of de FOD Financiën rechtstreeks.

Veelgestelde vragen

Hoeveel mag ik in 2025 en 2026 storten in pensioensparen?
Er zijn twee plafonds: € 1.050 met 30% belastingvermindering, of € 1.350 met 25% over het volledige bedrag. Je kiest één van beide voor je hele spaarjaar.
Wat is de anticipatieve heffing bij pensioensparen?
Een eenmalige belasting van 8% op het opgebouwde bedrag, ingehouden op je 60e verjaardag als je vóór je 55e begon te sparen, of op de tiende verjaardag van je contract als je later begon.
Betaal ik na mijn 60e nog belasting op mijn pensioensparen?
Niet opnieuw op het kapitaal dat al via de anticipatieve heffing belast werd. Bij de effectieve uitkering op pensioenleeftijd volgt daarop geen nieuwe personenbelasting meer.
Is langetermijnsparen hetzelfde als pensioensparen?
Nee, het is een apart product met een eigen plafond. De anticipatieve heffing bedraagt er 10% in plaats van de 8% bij pensioensparen.
Stijgen de plafonds van pensioensparen nog in 2027 of later?
Voorlopig niet. Een wet van 18 december 2025 bevriest de indexering van de plafonds voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2030.