Auteursrechten en de fiscale regeling in 2026: plafond, kostenforfait en kunstwerkattest
Foto van Kelly Sikkema · Unsplash
Auteursrechten worden fiscaal voordelig belast als roerend inkomen in plaats van beroepsinkomen — maar sinds een programmawet van mei 2026 geldt het gunstige kostenforfait alleen nog voor wie een kunstwerkattest heeft.
Inkomsten uit auteursrechten worden in 2026 nog steeds belast als roerend inkomen tegen 15%, tot een geïndexeerd plafond van € 77.220 per jaar — aanzienlijk voordeliger dan datzelfde bedrag als beroepsinkomen. Wat wél ingrijpend verandert, is het forfaitaire kostenaftrek: sinds een programmawet van 30 mei 2026 blijft dat voordelige forfait alleen behouden voor wie over een kunstwerkattest beschikt. Wie dat attest niet heeft, mag voortaan enkel nog werkelijke, bewezen kosten aftrekken. Hier is hoe de regeling er in 2026 precies uitziet.
Waarom auteursrechten fiscaal zo gunstig zijn
Normaal wordt inkomen uit een beroepsactiviteit belast als beroepsinkomen, tegen de progressieve personenbelastingtarieven die kunnen oplopen tot 50%. Vergoedingen voor de overdracht of het in licentie geven van auteursrechten en naburige rechten worden echter, tot een bepaald plafond, fiscaal beschouwd als roerend inkomen: een vast tarief van 15%, ongeacht je totale inkomen, en zonder gemeentebelasting daarbovenop. Onder het plafond geldt dat zelfs als een onweerlegbaar wettelijk vermoeden — de fiscus kan het dan niet herkwalificeren als beroepsinkomen, ook al hangt de vergoeding samen met je beroepsactiviteit. De regeling geldt niet alleen voor auteursrechten in de strikte zin, maar ook voor naburige rechten, zoals de vergoeding die een uitvoerend kunstenaar ontvangt voor het gebruik van een opname of livevoorstelling. In de praktijk gaat het om vergoedingen die schrijvers, illustratoren, componisten, fotografen, acteurs en — sinds medio 2026 opnieuw — softwareontwikkelaars kunnen ontvangen voor het overdragen van hun rechten aan een uitgever, opdrachtgever of werkgever, vaak naast een gewoon loon of een factuur voor de rest van hun prestaties.
Het plafond voor 2026
Het gunstregime geldt alleen tot een jaarlijks geïndexeerd maximumbedrag. Voor 2026 ligt dat hoger dan het jaar voordien:
| Inkomstenjaar | Plafond roerend inkomen |
|---|---|
| 2025 | € 75.360 |
| 2026 | € 77.220 |
Ontvang je in een jaar meer dan € 77.220 aan auteursrechten, dan wordt het deel daarboven in principe als beroepsinkomen behandeld. Blijft het gemiddelde van je auteursrechteninkomen over de vier voorgaande jaren wel onder het plafond, dan geldt dat niet automatisch, maar als een weerlegbaar vermoeden — de fiscus kan het roerend karakter dan nog betwisten als hij kan aantonen dat de rechten voor je beroepsactiviteit worden gebruikt.
Het forfaitaire kostenaftrek in 2026
Vóór het roerend tarief van 15% wordt toegepast, mag je eerst een forfaitair kostenpercentage in mindering brengen van je bruto-inkomen uit auteursrechten, zonder dat je die kosten moet bewijzen. Voor 2026 gelden deze schijven:
| Inkomstenschijf (2026) | Forfaitair kostenpercentage |
|---|---|
| € 0 tot € 20.590 | 50% |
| € 20.590 tot € 41.180 | 25% |
| Boven € 41.180 | Geen forfait — enkel werkelijke, bewezen kosten |
Deze percentages en bedragen staan zo beschreven door Cultuurloket, het Vlaamse kenniscentrum voor de zakelijke kant van kunst en cultuur. Wie het forfait maximaal kan benutten, houdt daardoor een groot deel van de brutovergoeding netto over: op een inkomen dat volledig in de eerste schijf van 50% valt, bedraagt de effectieve belastingdruk door de combinatie van forfait en 15%-tarief nog maar ongeveer 7,5% van het brutobedrag — aanzienlijk minder dan de gemiddelde druk op een gewoon beroepsinkomen.
Waarom het kunstwerkattest er nu toe doet
De gunstregeling voor auteursrechten werd al in 2023 fors versmald: sindsdien komen enkel nog vergoedingen voor de overdracht van rechten op werken van letterkunde of beeldende kunst in aanmerking, en moesten uitvoerende kunstenaars beschikken over een kunstwerkattest om toegang te krijgen tot het regime. Beroepsgroepen die voordien ook auteursrechten aangaven — onder meer architecten, marketeers, en een deel van de journalisten en fotografen — vielen daardoor grotendeels buiten de regeling, zo beschrijft Securex.
De programmawet van 30 mei 2026, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 1 juni 2026, gaat nog een stap verder, maar dan specifiek voor het kostenforfait: dat forfait van 50% en 25% blijft voortaan uitsluitend behouden voor wie over een kunstwerkattest "gewoon" of "plus" beschikt, en dan nog enkel voor inkomsten uit de activiteit waarvoor dat attest werd toegekend. Wie geen attest heeft, of enkel een kunstwerkattest "starter", verliest het forfait volledig en mag voortaan alleen nog effectief gemaakte en bewezen kosten aftrekken — de 15%-roerende voorheffing zelf blijft wel van toepassing. Dat bevestigt Prato, met een retroactieve inwerkingtreding vanaf 1 januari 2026.
Niet elke wijziging in 2026 was een verstrenging. De hervorming van 2023 had computerprogramma's volledig uitgesloten van het gunstregime, wat de IT-sector zwaar trof. Met de wet van 15 juli 2026, gepubliceerd op 29 juli 2026, vallen computerprogramma's opnieuw onder het toepassingsgebied van de auteursrechtenregeling, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 — mits de software voldoet aan de gebruikelijke voorwaarden van originaliteit en overdracht van rechten. Softwareontwikkelaars die sinds 2023 uit de regeling vielen, kunnen voor inkomstenjaar 2026 dus opnieuw instappen. Dat bevestigt Securex.
Een rekenvoorbeeld: met en zonder kunstwerkattest
Neem een illustrator met een geldig kunstwerkattest "gewoon", die in 2026 € 30.000 aan auteursrechtenvergoeding ontvangt voor werk dat onder dat attest valt:
| Stap | Berekening | Bedrag |
|---|---|---|
| Forfait op eerste schijf | € 20.590 × 50% | € 10.295 |
| Forfait op resterende schijf | € 9.410 × 25% | € 2.352,50 |
| Belastbare basis | € 30.000 − € 12.647,50 | € 17.352,50 |
| Verschuldigde belasting | × 15% | € 2.602,88 |
Zonder kunstwerkattest vervalt dat forfait van € 12.647,50 volledig: je mag dan nog wel je werkelijke, bewezen kosten aftrekken, maar niet langer het forfait dat in dit voorbeeld bijna 42% van het bruto-inkomen dekt. Kun je voor diezelfde € 30.000 geen enkele bewezen kost aantonen, dan betaal je € 4.500 belasting in plaats van € 2.602,88 — een verschil van € 1.897,12, uitsluitend door het al dan niet bezitten van een attest.
Wat te checken voor je eigen aangifte
- Controleer of je activiteit sinds de hervorming van 2023 nog wel in aanmerking komt: alleen vergoedingen voor letterkundige of artistieke werken vallen nog onder het gunstregime.
- Vraag na of je een kunstwerkattest "gewoon" of "plus" nodig hebt om het kostenforfait te behouden — een attest "starter" volstaat daarvoor sinds 2026 niet meer.
- Heb je geen attest, hou dan vanaf nu bewijsstukken van je werkelijke kosten bij, want het forfait is voor jou niet langer een optie.
- De cijfers in dit artikel gelden voor inkomstenjaar 2026; het plafond en de schijven van het forfait worden jaarlijks geïndexeerd en verschillen dus van vorig jaar.
- Werk je in de IT-sector en verloor je in 2023 de toegang tot de regeling, controleer dan of je software vanaf inkomstenjaar 2026 opnieuw in aanmerking komt onder de wet van 15 juli 2026.
Bronnen
- Bron: Roerend inkomen en auteursrechten — Cultuurloket
- Bron: Auteursrechten in België: fiscaliteit, plafonds en voordelen — Securex
- Bron: Auteursrechten — nieuwe grensbedragen voor 2026 — Prato
- Bron: Auteursrechtenregeling vanaf 2026 weer opengesteld voor de IT-sector — Securex
Dit is algemene informatie, geen fiscaal advies. Of jouw inkomsten effectief als auteursrechten kwalificeren, en of je nog recht hebt op het kostenforfait, hangt af van je specifieke activiteit en attesten. Raadpleeg voor je eigen aangifte de FOD Financiën, Cultuurloket, of een erkend boekhouder.