Een beursbord met stijgende en dalende koersen
Belasting

Roerende voorheffing en de nieuwe meerwaardebelasting: wat verandert er vanaf 2026?

Foto van Tyler Prahm · Unsplash

Interesten en dividenden worden al sinds 2017 belast aan 30% roerende voorheffing. Vanaf 2026 komt daar een volledig nieuwe belasting bij: voor het eerst wordt ook winst bij verkoop van aandelen en fondsen belast, met een eigen vrijstelling en eigen spelregels.

Op interesten en dividenden houdt je bank sinds 2017 30% roerende voorheffing in, en dat tarief verandert niet in 2025 of 2026. Wat wel verandert: vanaf 1 januari 2026 wordt voor het eerst ook de winst die je maakt bij de verkoop van aandelen, obligaties, fondsen en crypto belast, via een volledig nieuwe belasting naast de bestaande roerende voorheffing. Hier is hoe beide belastingen naast elkaar werken, gebaseerd op de regels van de FOD Financiën en de wet die de nieuwe belasting invoert.

Het basistarief blijft 30%, met twee bestaande vrijstellingen

Interesten en dividenden die je als particulier ontvangt — van een spaarrekening, obligaties, aandelen of fondsen — noemt de fiscus 'roerende inkomsten'. Sinds 2017 bedraagt het basistarief van de roerende voorheffing daarop 30%, en dat blijft ongewijzigd voor zowel 2025 als 2026. In de meeste gevallen houdt de Belgische uitbetalende instelling dat bedrag automatisch in en stort ze door aan de schatkist; die voorheffing is bovendien bevrijdend, wat betekent dat je de inkomsten in principe niet nog eens moet aangeven. Dit staat beschreven op de pagina van FOD Financiën over spaargeld en beleggingen.

Twee beperkte vrijstellingen op die 30% blijven daarnaast ongewijzigd van toepassing. Op een gereglementeerde spaarrekening is de eerste € 1.020 interest per persoon per jaar vrijgesteld, en betaal je op het restant 15% in plaats van 30%. Op dividenden uit aandelen is de eerste € 833 per persoon vrijgesteld — bij inhouding aan de bron moet je dat bedrag terugvorderen via je belastingaangifte, goed voor maximaal € 249,90 per jaar. Beide grensbedragen blijven volgens de FOD Financiën ongewijzigd tot en met aanslagjaar 2030, als onderdeel van dezelfde bevriezing van fiscale indexering die ook andere belastingvoordelen raakt.

De nieuwe meerwaardebelasting vanaf 2026

Naast die twee bestaande belastingen komt er vanaf 1 januari 2026 een volledig nieuwe: een meerwaardebelasting van 10% op gerealiseerde winst uit financiële activa. Verkoop je aandelen, obligaties, trackers, opties of crypto met winst, dan is die winst — met uitzondering van het vrijgestelde deel hieronder — voor het eerst in de Belgische fiscale geschiedenis onderworpen aan een algemene belasting op de meerwaarde zelf, los van de roerende voorheffing op interesten en dividenden. Verlies je geld bij een verkoop, dan is dat verlies niet aftrekbaar van andere meerwaarden — de belasting werkt dus niet symmetrisch tussen winst en verlies.

De jaarlijkse vrijstelling, en wat je niet gebruikt

Elke belastingplichtige krijgt jaarlijks een vrijstelling van € 10.000 op gerealiseerde meerwaarden. Gebruik je die vrijstelling in een bepaald jaar niet volledig, dan schuift een deel van het onbenutte bedrag door naar het jaar erna — tot maximaal € 1.000 per jaar, wat over vijf jaar kan oplopen tot een cumulatieve vrijstelling van € 15.000. Verkoop je bijvoorbeeld in 2026 een aandelenportefeuille met een gerealiseerde meerwaarde van € 14.000, dan blijft € 10.000 daarvan vrijgesteld en betaal je enkel op het restant van € 4.000 de 10%, ofwel € 400.

De waarde op 31 december 2025 als vertrekpunt

Voor beleggingen die je al vóór 2026 bezat, wordt niet je oorspronkelijke aankoopprijs als vertrekpunt genomen, maar de waarde van die belegging op 31 december 2025 — een soort 'nulmeting' die vastlegt vanaf waar de nieuwe belasting begint te tellen. Was je belegging op die datum meer waard dan wat je er ooit voor betaalde, dan geldt die hogere waarde als startpunt, wat winst die je vóór 2026 al had opgebouwd buiten de belasting houdt. Was ze op 31 december 2025 net minder waard dan je aankoopprijs, dan blijft die oorspronkelijke, hogere aankoopprijs het vertrekpunt — maar een verlies van vóór 2026 kan je niet gebruiken om latere meerwaarden te compenseren.

Hoe de belasting wordt geïnd: bronheffing of eigen aangifte

Voor de inning kan je als belegger kiezen tussen twee systemen. Bij de eerste optie houdt je Belgische bank de 10% automatisch in op het moment van verkoop, net zoals ze dat nu al doet met roerende voorheffing op dividenden — is een deel van je meerwaarde vrijgesteld, dan vraag je het te veel ingehouden bedrag nadien terug via je aangifte. Bij de tweede optie vraag je geen automatische inhouding en ontvang je de volledige verkoopopbrengst, maar moet je de gerealiseerde meerwaarde dan zelf aangeven in je belastingaangifte. In beide gevallen geeft je bank de nodige gegevens door aan de fiscus, ongeacht welke van de twee opties je kiest.

Een aparte regeling voor wie een aanmerkelijk belang heeft

Voor wie minstens 20% van de aandelen van een vennootschap bezit — doorgaans ondernemers en bedrijfsleiders eerder dan gewone spaarders — geldt een afzonderlijke regeling binnen dezelfde belasting. Zij krijgen een vrijstelling op de eerste € 1.000.000 meerwaarde per periode van vijf jaar en per persoon, gevolgd door progressief oplopende tarieven tot een grens van € 10.000.000. Voor de verkoop van aandelen aan een vennootschap die door jezelf of je familie gecontroleerd wordt, geldt die vrijstelling dan weer niet, en wie deze regeling wil benutten, heeft tot en met 31 december 2027 de tijd om de historische waarde van zijn aandelen te laten vastleggen. Voor gewone particuliere beleggers met een spaarrekening of beleggingsportefeuille bij een bank is deze regeling doorgaans niet relevant — voor hen gelden de vrijstelling van € 10.000 en het tarief van 10% hierboven.

Twee belastingen op hetzelfde beleggingsbedrag: een volledig voorbeeld

Omdat roerende voorheffing en meerwaardebelasting los van elkaar werken, kunnen ze in eenzelfde jaar allebei op dezelfde beleggingsportefeuille van toepassing zijn, elk op een ander deel van je rendement. Stel dat je in 2026 op je aandelenportefeuille € 600 aan dividenden ontvangt en daarnaast een deel van je portefeuille verkoopt met een gerealiseerde meerwaarde van € 12.000 ten opzichte van de nulmeting van 31 december 2025:

InkomenBelastingVerschuldigd bedrag
€ 600 dividend30% roerende voorheffing (geen vrijstelling meer over, want al benut op andere dividenden)€ 180
€ 12.000 meerwaarde10% op het deel boven de vrijstelling van € 10.000, dus op € 2.000€ 200

In dit voorbeeld betaal je dus € 180 roerende voorheffing op het dividendinkomen en apart € 200 meerwaardebelasting op de verkoopwinst — twee volledig gescheiden berekeningen, elk met hun eigen tarief en eigen vrijstellingsregels, die toevallig in hetzelfde jaar op dezelfde beleggingsrekening samenkomen.

Bronnen

Dit is algemene informatie, geen fiscaal of beleggingsadvies. De nieuwe meerwaardebelasting is pas op 1 januari 2026 ingegaan en de uitvoeringsregels kunnen op detailpunten nog verduidelijkt worden. Raadpleeg voor je eigen aangifte de FOD Financiën rechtstreeks of een erkend boekhouder.

Veelgestelde vragen

Verandert de roerende voorheffing op mijn spaarrekening in 2026?
Nee, het tarief van 30% en de vrijstelling van € 1.020 op gereglementeerde spaarrekeningen blijven ongewijzigd.
Wat is de nieuwe meerwaardebelasting?
Een belasting van 10% op gerealiseerde winst uit de verkoop van aandelen, obligaties, fondsen en crypto, die op 1 januari 2026 is ingegaan — los van de bestaande roerende voorheffing op interesten en dividenden.
Hoeveel meerwaarde mag ik belastingvrij realiseren?
De eerste € 10.000 per jaar en per persoon is vrijgesteld. Gebruik je dat bedrag niet volledig, dan schuift maximaal € 1.000 onbenutte vrijstelling door naar het jaar erna.
Word ik belast op winst die ik vóór 2026 al had opgebouwd?
Nee. Voor beleggingen van vóór 2026 telt de waarde op 31 december 2025 als vertrekpunt, niet je oorspronkelijke aankoopprijs, tenzij die hoger lag dan de waarde op die datum.
Moet ik de meerwaardebelasting zelf aangeven?
Dat hangt van je keuze af. Kies je voor automatische inhouding, dan regelt je bank dat bij verkoop; kies je daar niet voor, dan geef je de gerealiseerde meerwaarde zelf aan in je belastingaangifte.