De formule
Hoe je molariteit berekent
Molariteit druk je uit als het aantal mol opgeloste stof per liter oplossing: M = mol opgeloste stof ÷ liter oplossing. Ken je de massa van de opgeloste stof alleen in gram, dan reken je eerst om met de molaire massa: mol = massa ÷ molaire massa. Vul je bijvoorbeeld 58,44 g natriumchloride in bij een molaire massa van 58,44 g/mol, dan levert dat exact 1 mol op.
Let op de noemer: die telt liter oplossing, niet liter oplosmiddel. 58,44 g zout oplossen en aanvullen tot 2 liter is iets anders dan het toevoegen aan 2 liter water — bij lage concentraties is het verschil klein, maar bij nauwkeurig labwerk telt het mee. Reken de molariteit daarom pas uit nadat de oplossing op het gewenste eindvolume is gebracht.
Waarom molariteit belangrijk is
Molariteit is de standaardeenheid voor concentratie in de scheikunde, omdat reacties plaatsvinden tussen aantallen deeltjes en niet tussen massa's. Twee stoffen die in de juiste molverhouding reageren, doen dat ongeacht hun molecuulgewicht — daarom rekenen chemici in mol en niet in gram wanneer ze reactievergelijkingen opstellen of oplossingen doseren.
Een oplossing van 1 M bevat één mol — ongeveer 6,02 × 10²³ deeltjes — per liter. Biologische buffers zitten doorgaans in het millimolaire gebied, terwijl voorraadoplossingen in het laboratorium vaak op 1 M of hoger worden gemaakt en pas vlak voor gebruik verdund.
Rekenvoorbeeld
Met de standaardwaarden hierboven — 58,44 g opgeloste stof, een molaire massa van 58,44 g/mol en 2 liter oplossing — is het aantal mol opgeloste stof 58,44 ÷ 58,44 = 1 mol. De molariteit komt daarmee op 1 ÷ 2 = 0,5 mol/L, oftewel 500 mmol/L.
De uitkomst interpreteren
Molariteit verandert met de temperatuur, omdat het volume van de oplossing dat ook doet: een oplossing zet uit bij opwarmen, waardoor hetzelfde aantal mol over een groter volume verdeeld raakt en de molariteit daalt. Waar nauwkeurigheid over een temperatuurbereik telt, is molaliteit — mol per kilogram oplosmiddel — de betere eenheid, omdat massa niet met temperatuur verandert.
Molariteit is mol per liter oplossing en verandert met de temperatuur. Molaliteit is mol per kilogram oplosmiddel en doet dat niet, omdat massa temperatuuronafhankelijk is.
Vermenigvuldig 0,5 met het volume in liter om het benodigde aantal mol te krijgen, en dat weer met de molaire massa om de hoeveelheid gram te vinden. Los op in minder dan het eindvolume en vul daarna aan tot de maatstreep in een maatkolf.