De formule
Hoe je het aantal mol berekent
De mol is de telseenheid van de chemicus: n = massa ÷ molaire massa. Ze overbrugt de kloof tussen massa's die je kunt wegen en de aantallen atomen en moleculen die daadwerkelijk reageren — en die altijd in gehele verhoudingen met elkaar combineren.
Sinds de herdefinitie van het SI-stelsel in 2019 is de mol vastgelegd als exact 6,02214076 × 10²³ elementaire eenheden. De oude definitie, gebaseerd op 12 gram koolstof-12, gaf vrijwel hetzelfde getal.
Waarom het aantal mol belangrijk is
Chemische reacties verlopen tussen aantallen deeltjes, niet tussen grammen. Door massa om te zetten naar mol kun je reactievergelijkingen direct toepassen: de coëfficiënten in een gebalanceerde vergelijking beschrijven verhoudingen van mol, en die verhoudingen gelden voor elke stof ongeacht hoe zwaar de moleculen zijn.
Gebruik de juiste molaire massa voor de stof in kwestie. Zuurstofgas is O₂ met een molaire massa van 32 g/mol, niet atomair zuurstof met 16, en gehydrateerde zouten tellen het kristalwater mee in hun formulemassa.
Rekenvoorbeeld
Met de standaardwaarden — 36 g water bij een molaire massa van 18,015 g/mol — is het aantal mol 36 ÷ 18,015 ≈ 1,9983 mol. Dat komt overeen met ongeveer 1,9983 × 6,02214076 ≈ 12,034 × 10²³ deeltjes, en als gas bij STP zou dat een volume van 1,9983 × 22,414 ≈ 44,79 liter innemen.
De uitkomst interpreteren
Het gasvolume gaat uit van standaardtemperatuur en -druk — 0 °C en 1 atmosfeer — waarbij elk ideaal gas 22,414 liter per mol inneemt. Bij 25 °C ligt het molair volume dichter bij 24,5 liter, dus voor kamertemperatuur is een correctie nodig.
Precies 6,02214076 × 10²³, de constante van Avogadro. Sinds 2019 is dat een vastgelegde waarde in plaats van een gemeten grootheid.
Tel de atoommassa's van elk atoom in de formule op, af te lezen uit het periodiek systeem. Water is 2 × 1,008 + 15,999 = 18,015 g/mol.