De formule
Hoe je de gemiddelde snelheid berekent
Snelheid is hier een verhouding: hoeveel afstand er wordt afgelegd per eenheid tijd. Het resultaat is een gemiddelde over de volledige afstand en tijd die je invoert — het zegt niets over of het tempo constant was, sneller begon, of onderweg vertraging opliep door bijvoorbeeld verkeer.
Waarom de eenheden eerst moeten kloppen
Voor je kunt delen, moeten afstand en tijd in bij elkaar passende eenheden staan. 90 km in 1 uur 30 minuten is 90 ÷ 1,5 = 60 km/u, niet 90 ÷ 1,30 — de minuten moeten eerst worden omgezet naar een decimaal deel van een uur (30 minuten wordt dan 0,5).
Rekenvoorbeeld
Met de standaardwaarden — een afstand van 100 km in 2 uur — wordt de snelheid 100 ÷ 2 = 50 km/u.
De uitkomst interpreteren
Enkele referentiepunten: wandeltempo ligt rond 5 km/u, een rustige duurloop rond 10 km/u, en op de Belgische autosnelweg ligt de toegestane snelheid doorgaans op 120 km/u. Een uitkomst die ver buiten het aannemelijke bereik voor het vervoermiddel ligt, wijst meestal op een verkeerd ingevoerde eenheid.
De tijd in minuten invoeren zonder om te rekenen naar uren is de klassieke fout — het levert stilletjes een snelheid op die zestig keer te hoog is, en dat getal oogt vaak nog oppervlakkig geloofwaardig.
Vermenigvuldig met 0,621371. 100 km/u is ongeveer 62,1 mijl per uur.
Snelheid (Engels: "speed") is enkel een grootte: hoe snel iets beweegt. Een snelheidsvector (velocity) is snelheid mét richting — 60 km/u noordwaarts is een vector, terwijl "60 km/u" op zich enkel een grootte aangeeft. Deze rekenmachine berekent alleen de grootte.