De formule
Hoe je de wandelafstand berekent
Deze rekenmachine zet een stappenteller-aantal om in een afstand door het te vermenigvuldigen met de lengte van één stap. Het resultaat is maar zo nauwkeurig als die staplengte, die verschilt per lichaamslengte en tempo en zelden precies gemeten wordt.
Hoe lang een gemiddelde stap is
De gemiddelde staplengte van een volwassene ligt rond 0,70 à 0,76 m, afhankelijk van lichaamslengte en of iemand stevig doorstapt of rustig wandelt — zowel een grotere lichaamslengte als een hoger tempo maken de stap langer. Bij 0,76 m komen 10.000 stappen neer op 7,6 km.
Rekenvoorbeeld
Met de standaardwaarden — 1.000 stappen van elk 0,8 m — wordt de wandelafstand 1.000 × 0,8 = 800 m, oftewel 0,8 km.
De uitkomst interpreteren
Deel het resultaat door 1.000 om het in kilometer af te lezen. Het veelgehoorde streefdoel van 10.000 stappen per dag komt voor de meeste volwassenen neer op ongeveer 7 à 8 km, al hangt het exacte cijfer volledig af van de ingevoerde staplengte.
Staplengte verwarren met schredelengte is de meest voorkomende vergissing: een schrede is een volledige pascyclus (van linkervoet weer tot linkervoet), ongeveer het dubbele van één stap. Vul je hier een schredelengte in, dan overschat je de werkelijke afstand met ongeveer een factor 2.
Een stap is één voetstap (rechtervoet naar linkervoet). Een schrede is een volledige pascyclus — rechtervoet tot weer rechtervoet — en omvat dus twee stappen, waardoor de schredelengte ongeveer het dubbele is van de staplengte.
Leg een afgemeten afstand af, bijvoorbeeld 10 stappen door een kamer, en deel de totale afstand door het aantal stappen. Dat persoonlijke cijfer is veel nauwkeuriger dan een algemeen gemiddelde.