De formule
Hoe je een loonsverhoging berekent
Een loonsverhoging heeft twee getallen: het percentage op papier en wat die verhoging werkelijk waard is nadat de prijzen zijn meegestegen. Het nominale percentage is (nieuw salaris ÷ oud salaris − 1) × 100. Ga je van € 42.000 naar € 45.500, dan is dat 8,33 procent.
De reële verhoging deelt die verhouding eerst door (1 + inflatie), in plaats van simpelweg de inflatie van het percentage af te trekken. Bij lage percentages liggen beide methodes dicht bij elkaar, maar hoe hoger de cijfers, hoe groter het verschil wordt.
Waarom de reële loonsverhoging belangrijk is
Het cijfer op de loonbrief zegt niets over koopkracht. Een verhoging van 2 procent bij 5 procent inflatie is in werkelijkheid een achteruitgang, ook al staat er een plusteken op de brief. Alleen de reële verhoging laat zien of je er daadwerkelijk op vooruitgaat.
Voor wie onderhandelt over loon is dat het cijfer om naar te vragen: niet het percentage zelf, maar het percentage tegenover de verwachte inflatie voor de komende periode.
Rekenvoorbeeld
Bij een oud salaris van € 42.000, een nieuw salaris van € 45.500 en een inflatie van 3,2 procent is de nominale verhoging 8,33 procent. Gedeeld door de inflatie komt de reële verhoging uit op 4,97 procent, en het extra bedrag per maand vóór belasting is € 291,67.
De uitkomst interpreteren
Vergelijk brutoverhogingen nooit zonder naar de belastingschijven te kijken. Wie met een verhoging in een hogere belastingschijf terechtkomt, houdt daarvan netto veel minder over dan het brutopercentage doet vermoeden.
In België houd je door de progressieve belastingschijven en sociale bijdragen doorgaans een stuk minder netto over dan de brutoverhoging laat vermoeden, en dat aandeel daalt verder naarmate het inkomen hoger ligt.
Alles boven de inflatie is een reële verbetering. Loonakkoorden liggen in de praktijk vaak ergens tussen 2 en 6 procent, met promoties en jobwissels die doorgaans aanzienlijk meer opleveren.
Beduidend minder dan het brutobedrag. Door de progressieve belastingschijven, sociale bijdragen en eventuele impact op andere inkomensafhankelijke voordelen houd je in België vaak ergens tussen de helft en twee derde van de brutoverhoging netto over, afhankelijk van je belastingschijf.