De formule
Hoe je druk berekent
Druk is kracht verspreid over een oppervlakte. Dezelfde kracht geconcentreerd op een kleiner oppervlak levert veel hogere druk op, en dat is waarom een punaise wel door een muur gaat en een duim niet.
De pascal is een kleine eenheid — atmosferische druk is 101.325 Pa — dus in de praktijk wordt gerekend met kilopascal, bar of atmosfeer. Eén bar is zo gedefinieerd dat het dicht bij atmosferische druk ligt en is exact 100.000 Pa.
Waarom druk belangrijk is
Druk bepaalt of een bandenspanning veilig is, hoe diep een duiker kan gaan zonder decompressieproblemen, en hoeveel kracht een hydraulisch systeem kan leveren. Overal waar een kracht via een oppervlak wordt overgebracht, is druk de grootheid die het effect voorspelt.
Rekenvoorbeeld
Bij een kracht van 750 N verdeeld over 0,025 m² is de druk 750 ÷ 0,025 = 30.000 Pa. Dat is 30.000 ÷ 100.000 = 0,3 bar, of 30.000 ÷ 101.325 ≈ 0,2961 atmosfeer.
De uitkomst interpreteren
Ter referentie: autobanden staan op ongeveer 2,3 bar, een huiswaterleiding op 2 tot 4 bar, en een champagnefles houdt zo'n 6 bar. De druk in de diepzee neemt met ongeveer één bar toe per tien meter diepte.
Overdruk en absolute druk verschillen één atmosfeer. Een bandenspanningsmeter die 2,3 bar aangeeft, bedoelt 2,3 bar bóven de atmosferische druk — 3,3 bar absoluut — wat van belang is bij elke berekening met de gaswetten.
101.325 Pa, gelijk aan 1,01325 bar of 1 atmosfeer. Dat is ook 760 mmHg, de eenheid die in de geneeskunde nog steeds gebruikt wordt.
Omdat het gewicht van de vloeistof erboven optelt. In water stijgt de druk met ongeveer 9.800 Pa per meter, dus tien meter diepte voegt ongeveer één atmosfeer toe.