De formule
Hoe je watt naar joule omrekent
Een watt is per definitie één joule per seconde, dus vermogen vermenigvuldigen met de tijd waarin het geleverd wordt, geeft direct de energie — geen omrekeningsfactor nodig zolang de tijd in seconden staat.
Omdat de watt een snelheid is (energie per tijdseenheid), lopen kleine getallen snel op naarmate de tijd toeneemt. Een lamp van 100 W die een uur (3.600 seconden) brandt, verbruikt 360.000 joule — 360 kJ — wat overeenkomt met de 0,1 kWh die je op je elektriciteitsfactuur voor dat uur zou terugzien.
Waarom deze omrekening nuttig is
Voor alledaagse toestellen maakt omrekenen naar kilojoule of kilowattuur het cijfer beter leesbaar: deel joule door 1.000 voor kJ, of door 3.600.000 voor kWh. Een magnetron van 1.000 W die 3 minuten (180 s) draait, verbruikt 180.000 J, oftewel 0,05 kWh.
Rekenvoorbeeld
Met de standaardwaarden — een vermogen van 100 W gedurende 1 seconde — wordt de energie E = 100 × 1 = 100 joule.
Laat datzelfde toestel een volle minuut draaien (60 seconden), dan wordt het 100 × 60 = 6.000 joule, en na een heel uur (3.600 seconden) 100 × 3.600 = 360.000 joule, oftewel 0,1 kWh.
De uitkomst interpreteren
De tijd moet in seconden staan, niet in minuten of uren. 60 invullen voor "één uur" in plaats van 3.600 onderschat de energie met een factor 60 — controleer dit altijd extra wanneer de brondata in minuten of uren is opgegeven.
Niet rechtstreeks — een watt is een snelheid (joule per seconde), geen hoeveelheid energie. Eén watt volgehouden gedurende één seconde staat gelijk aan één joule; volgehouden gedurende een uur staat het gelijk aan 3.600 joule.
Vermenigvuldig watt met de tijd in uren, en deel daarna door 1.000. Een toestel van 2.000 W dat 30 minuten (0,5 uur) draait, verbruikt 1 kWh.