De formule
Hoe je dichtheid berekent
Dichtheid is massa per volume-eenheid — hoeveel materie in een gegeven ruimte past. Ze bepaalt of iets drijft, en is een van de eenvoudigste manieren om een onbekend materiaal te herkennen.
Soortelijk gewicht is dichtheid ten opzichte van water, en heeft daardoor geen eenheid — het is hetzelfde getal in elk maatsysteem. Alles met een soortelijk gewicht onder 1 drijft in water.
Waarom dichtheid belangrijk is
Dichtheid bepaalt of scheepsrompen blijven drijven, welk isolatiemateriaal het lichtst is voor eenzelfde sterkte, en of een edelmetaal echt is of vervalst. In de scheikunde en materiaalkunde is het vaak het eerste getal dat een onbekende stof identificeert.
Rekenvoorbeeld
Bij een massa van 250 g en een volume van 92,6 cm³ is de dichtheid 250 ÷ 92,6 ≈ 2,6998 g/cm³, oftewel 2.699,7840 kg/m³. Het soortelijk gewicht is 2,6998 ÷ 0,998 ≈ 2,7052.
De uitkomst interpreteren
Gangbare waarden in g/cm³: kurk 0,24, ijs 0,92, water 1,00, aluminium 2,70, staal 7,85, lood 11,34, goud 19,32. De standaardwaarden hierboven geven ongeveer de dichtheid van aluminium.
Dichtheid varieert met temperatuur, en bij gassen ook met druk. Water is het dichtst bij 4 °C, wat verklaart waarom ijs drijft en meren van bovenaf dichtvriezen.
Door verplaatsing: dompel het onder in water en meet het volume verplaatst water. De methode van Archimedes werkt nog steeds en vraagt niets meer dan een maatcilinder.
Soortelijk gewicht is dichtheid gedeeld door de dichtheid van water, waardoor het dimensieloos is. De numerieke waarde in g/cm³ is vrijwel identiek, wat verklaart waarom de twee vaak door elkaar worden gebruikt.